Anje van Buuren-Meinardi vertelt voor een muisstille zaal zeer bewogen over de lotgevallen van de Bergen op Zoomse Joden.

Anje van Buuren-Meinardi vertelt voor een muisstille zaal zeer bewogen over de lotgevallen van de Bergen op Zoomse Joden.

Na de tweede wereldoorlog werd er niet veel over gepraat; mensen hadden genoeg aan de eigen sores, terwijl pas langzamerhand duidelijk werd dat velen niet meer zouden terugkeren uit de Duitse concentratiekampen. De Joodse medeburgers ontbraken in de samenleving, en zij die wel terugkeerden moesten hun eigen leven weer opbouwen. De synagoge aan de Koevoetstraat (of ‘Sjoel’) had door de Duitse onderdrukking zijn functie verloren en was op criminele wijze in andere handen overgegaan. Na de oorlog bleef het gebouw als bedrijfsruimte in gebruik, totdat in 1972 overwogen werd om het maar te slopen. Het stond in de weg voor de gebiedsontwikkeling St Jozefstraat. Gelukkig is dit voorkomen, en op 10 september 1975 werd de synagoge plechtig heropend. Toch werd het gebouw  niet gebruikt voor het doel waar het voor gebouwd was; het was een repetitieruimte voor het orkest Jacob Obrecht en werd er een aantal exposities in gehouden. Pas na restauratie in 1997 is het gebouw als gedenkplaats in ere hersteld en zijn er ook rondleidingen in het gebouw.

De synagoge was in de tweede wereldoorlog beklad met (Duitse) V tekens die er blijkens deze foto in 1970 nog op stonden. Merk op dat onder de goot de Hebreeuwse tekst van de synagoge nog aanwezig is.

De synagoge was in de tweede wereldoorlog beklad met (Duitse) V tekens die er blijkens deze foto in 1970 nog op stonden. Merk op dat onder de goot de Hebreeuwse tekst van de synagoge nog aanwezig is.

Een van de gidsen van SBM die hier rondleidingen geeft, is Anje van Buuren-Meinardi. Zij was geïntrigeerd door de in het gebouw aangebrachte marmeren plaatjes met de namen van ‘hen die niet terugkwamen’. Dat werd aanleiding tot een jarenlang onderzoek naar de geschiedenis van de Joodse families in Bergen op Zoom, hetgeen uitmondde in een lijvige publicatie met dezelfde titel. In de tweede hofzaallezing vertelt zij hierover, waarbij zij enkele families speciaal belichtte. Hoe divers hun herkomst en bestaan ook was, gedurende de oorlogsjaren kwamen deze lijnen steeds dichter bij elkaar om op nagenoeg eendere wijze op te houden in de Duitse Vernichtungslager. Huiveringwekkend, ook na zovele jaren. De families die tijdens de lezing achtereenvolgens werden voorgesteld zijn:

Familie Mozes de Hes: Mozes was sedert 1926 de gazan (voorzanger) van de synagoge. Een rabbijn was er niet omdat daarvoor de Joodse gemeenschap ter plaatse te klein was. In die functie geeft hij godsdienstles aan de Joodse kinderen, maar om en redelijk inkomen te halen doet hij nog veel meer. Zo is hij correspondent voor een Israëlitisch weekblad en heeft hij een pension voor Joodse soldaten uit het Markiezenhof. Bij zijn emeritaat verhuisde hij in 1942 naar Amsterdam, waar hij samen met zijn vrouw en oudste zoon en schoondochter wordt opgepakt en in Auschwitz vermoord.

Een foto uit 1932 ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van de synagoge. Deze foto heeft de oorlog slechts kunnen overleven omdat hij achter een wand was verborgen

Een foto uit 1932 ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van de synagoge. Deze foto heeft de oorlog slechts kunnen overleven omdat hij achter een wand was verborgen

Familie Van Loon: Eigenlijk de familie David, is een van de oudste Joods-Bergse families die woonde aan de Bosstraat. De naam ‘Van Loon’ is kort na de Napoleontische tijd (1805 -1815) in de Burgerlijke stand toegevoegd, vermoedelijk omdat deze familie oorspronkelijk uit Loon op Zand stamde. Op de hoek van de Lindebaan was de eigenaar van hotel de Zwaan een berucht NSB’er, die in de vooroorlogse jaren vaak dreigende taal tegen deze familie uitte: ‘Als ze komen, ben jij de eerste’. Toen de Duitse inval dan ook daadwerkelijk begon, pleegde vader Isaak een wanhoopsdaad, zoals vele Joden in de n lande trouwens. Dochter Frieda wordt als Joodse toegang tot de school ontzegd, en in 1942 vertrekt ze samen met haar moeder naar Amsterdam omdat dat veiliger leek. Het tegendeel bleek waar, bij een razzia wordt dochter Frieda opgepakt en naar Auschwitz gebracht. Haar moeder overleeft de oorlog en komt terug naar Bergen op Zoom, waar ze hertrouwt maar duidelijk niet gelukkig is.

1001004011542455[1]Familie Walter Süskind: is een van oorsprong Nederlandse familie van wie vader Walter Süskind een topfunctie bij Lever Brothers in Leverkusen heeft. Bij de opkomst van het Nationaal socialisme emigreert zijn broer met zijn Nederlandse paspoort naar Amerika. Walter overweegt hetzelfde, maar vindt in 1938 werk bij het Joodse bedrijf Unilever, wellicht in de veronderstelling dat Nederland als neutraal land net als in 1914 buiten een mogelijke oorlog zou blijven. Hij koos voor Bergen op Zoom om Duits-Joodse vluchtelingen over de Belgische grens te helpen om wellicht via de haven van Antwerpen, en later via Zwitserland naar Engeland en Amerika te laten reizen. Op het moment (juni 1941) dat hij besluit om ook naar Amerika te vertrekken, verbiedt het Duitse bewind elke emigratie. In 1942 wordt het gezin gedwongen naar Amsterdam verhuisd. Walter werkt daar in een afdeling van de Joodse raad, in welke functie hij meer dan 800 joodse kinderen uit Duitse handen heeft weten te redden. In 1943 wordt het gezin Süsskind gearresteerd en naar Westerbork gedeporteerd. Walter kan nog reizen en houdt zich nog steeds met verzetswerk bezig. Op 4 september 1944 wordt het gezin naar Theresienstadt gebracht. Extra wrang als je bedenkt dat een maand later het zuiden van Nederland is bevrijd. Walter Süsskind is waarschijnlijk pas tijdens de zgn dodenmarsen, waarbij de gevangenen te voet naar andere werkkampen moesten vertrekken vóór de komende Russische legers uit.
Het leven van Walter Süsskind heeft dermate veel indruk op anderen gemaakt dat het is verfilmd. Zo krijgt de nagedachtenis aan deze familie extra inhoud.

Het pleintje naast de synagoge werd dank zij stadsgids Rinus Franken tot Mozes de Hesplein gedoopt

Het pleintje naast de synagoge werd dank zij stadsgids Rinus Franken tot Mozes de Hesplein gedoopt. Merk op dat het vroegere poortje aan de linkerzijde is verdwenen. dat gaf toegang tot de benedenverdieping, waar het bad voor de rituele wassing staat. Het poortje werd gebruikt door vrouwen die daar heen gingen zonder de synagoge zelf te bezoeken.

Familie Maurits de Bruin had een lederwarenwinkel in de Kremerstraat (en is nog hun verhuurde eigendom). Deze familie is in februari 1942 ondergedoken bij slager van den Boom aan de Steenbergsestraat, waar het huis eerder op kosten van de familie de Bruin voor dat doel was verbouwd. Onderduiken in het hol van de leeuw, want in de Steenbergsestraat waren onder meer de Ortskommandatur, de Feldgendarmerie en een kazerne (Markiezenhof) gevestigd. Ook andere onderduikers worden in dit huis ondergebracht, maar ondanks zestien uitgebreide huiszoekingen is er nooit iets ontdekt van de aanwezigheid van deze mensen. Mevrouw Corrie van den Boom-Geers die enkele dagen vóór deze lezing op 99-jarige leeftijd overleed, verzuchtte wel dat ze door de spanning die dit met zich meebracht wel 35 kg aan lichaamsgewicht verloren was. De Familie de Bruin overleefde de oorlog en konden in december 1944 weer hun eigen huis betrekken.

Joodse%20families%20in%20BoZ%20omslagweb-500x500[1]

Het boek is te koop van de Bergse boekhandels

In deze lezing zijn niet alle Joodse families besproken; in het boek dat Anje van Buuren schreef staan bijvoorbeeld ook de namen Mol, Monnickendam, Walg, Wolf, Stibbe. Goudstikker, Bosman, Kleinkramer, de Jong, de Winter, de Haan en Stoppelman. Hun geschiedenis is in dit boek te vinden. Van elke familie is trouwens veel meer vermeld dan een verslag als dit kan bevatten.
Ook bevat het boek enkele namen die op diverse andere wijzen verband met Bergen op Zoom hebben. Zo is er de familie Engers, waarvan de vader als autosloper een reizend beroep heeft. Na het overlijden van zijn vrouw in 1939 worden zijn 6 kinderen in (Joodse) tehuizen geplaatst. Toen de Duitsers deze tehuizen begonnen te ontruimen, zijn alle kinderen, behalve de jongste op transport gezet en omgekomen. De jongste van nog geen jaar oud (Jeanette) werd niet als Joodse herkend en overleefde zo de oorlog. Vader Salomon Engers wordt door verraad in Bergen op Zoom gearresteerd. Opmerkelijk is volgens Anje dat in het politierapport hierover de naam van de pensionhoudster, die het verraad pleegde, niet is vermeld.
Wat betreft de bewogen historie van de synagoge zij vermeld dat deze samen met de Israëlitische begraafplaats aan de Bergsebaan door twee Nederlanders, de NSB burgemeester van Steenbergen Arie van de Graaff, en de aardappelkoopman Sijtze van der Weij uit Bergen op Zoom, die beiden optraden als vertegenwoordigers van Hans Müller-Lehning elkaar wederzijds zowel de begraafplaats als de synagoge verkochten. De synagoge werd leeggeruimd en diende als aardappelopslagplaats, de begraafplaats is ondanks diverse plannen onveranderd gebleven.

Het boek van drs van de Laar is tweedehands nog wel verkrijgbaar

Het boek van drs van de Laar is tweedehands nog wel verkrijgbaar

Sedert 1982 is de Israëlitische begraafplaats aan de Bergsebaan (tegen de Zanderijen) eigendom van de Joodse gemeenschap in Antwerpen. Deze gemeenschap zocht plaatsen waar de graven ten eeuwigen dage ongeroerd kunnen blijven liggen. In België is dit wettelijk onmogelijk, vandaar dat gekeken werd naar ruimte over de Nederlandse grens. Zo zijn ook de Joodse begraafplaatsen aan de Putseweg ontstaan door aankoop vanuit Antwerpen. Meer hierover vindt u in de studie van oud-burgemeester van Bergen op Zoom LJM van de Laar, ‘De Israëlitische Begraafplaats te Bergen op Zoom 1793-1982’, waarin ook de aanwezige grafstenen zijn beschreven.

Omdat de reactiemogelijkheid op de website nogal wordt geplaagd door spam is deze voorlopig afgesloten. Stuurt u daarom svp een mailtje aan waterschans@ziggo.nl

De naamplaatjes in de synagoge die Anje inspireerden tot haar onderzoek

De naamplaatjes in de synagoge die Anje inspireerden tot haar onderzoek