De tweede Hofzaallezing op 13 maart 2018 was geheel gewijd aan de geschiedenis en de status vandaag de dag van de St Antoniusmolen aan de Halsterseweg no 57.

De Antoniusmolen in 2013, met de wieken in de rouwstand (of toch vreugdestand? lees het artikel hierover)

Wout Huijgens van de stichting Vrienden van de St Antoniusmolen vertelde over de het initiatief tot de bouw van de molen. Na de Franse tijd was het in de Nederlanden gedaan met het oude rechtstelsel, waarin onder meer het molenrecht tot de heer behoorde. Particuliere initiatieven tot de bouw van een nieuwe molen behoefde nog slechts een vergunning van de  gemeente. De toenmalige molens waren nogal ver van het gebied Noordgeest gelegen. Oude Molen (Steenbergseweg)  en de Noordmolen (Molenbergstraat Bergen op Zoom) waren de dichtstbijzijnde. Voor boeren die hun graan wilden laten malen was dat nogal een afstand (en wachttijd!). Een initiatief van de heren Daverveld, Goossen en Ditvorst (broodmaker) leidde met enige ambtelijke vertraging tot de bouw van de molen Sancto Antonio, die ‘gedoopt’ werd op 13 juni 1817, de naamdag van Antonius van Padua.

De molenaar Korneel Droogers vertelt net zo rustig als de wieken van een molen draaien

Nadat de molen na tien jaar (1826) in brand geraakte, maar toch weer werd opgebouwd, stond medeoprichter Goossen zijn aandeel af. In de loop der tijd wisselde de molen enkele malen van eigenaar, en kwam in 1909 in handen van de familie Moerland. Deze hebben de molen door vererving steeds in de familie gehouden, tot de laatste Moerland (‘Suus’) op 1 maart 2011 overleed.
Toen kwam een eind aan de puur commerciële exploitatie van de molen, en werd als privébezit gekocht door Piet Withagen (Intratuin). Sindsdien is molenaar Korneel Droogers op de molen actief; hij laat de molen draaien op woensdag en zondag.

De techniek van de windmolen
Korneel schetste het ontstaan van de windmolen, die overigens bepaald geen Hollandse vinding was. Omstreeks 1200 vinden we de meeste door wind aangedreven molens in (Frans) Vlaanderen. Overigens zijn ook andere aandrijf’technieken’ gebruikt, waarvan de watermolen en de rosmolen (paard) de meest bekende zijn. Minder bekend is dat eerder ook menselijke aandrijving (slaven, horigen) hiervoor werden ingezet. Wind is weliswaar een goedkope energiebron, maar is niet onbeperkt beschikbaar. Toch werd deze aandrijfkracht ook voor andere taken ingezet, zoals het droogmalen van polders, en dankzij de uitvinding van de krukas werd ook het zagen van hout mogelijk. Je zou kunnen stellen dat de grootschalige scheepvaart vanaf de 17e eeuw mogelijk werd door het massaal kunnen zagen van scheepstimmerhout.

De aandrijving van een molen. a: blok waarin de wiekenroeden steken; b: hoofdas met bovenwiel; c: bonkelaar die d: koningspil aandrijft; f: spoorwiel drijft het; g: rondsel aan dat op zijn beurt is gekoppeld aan de bovenste molensteen, de ‘loper’. Halverwege de koningspil is e: de luitafel te zien, waarmee het luiwerk e wordt aangedreven om zakken graan te hijsen.

Hoe succesvol de windmolen destijds was blijkt uit de aantallen: van de in de 18e eeuw aanwezige 25.000 molens zijn er thans nog ongeveer 1200 in Nederland over. De windmolen moest het echter afleggen tegen de gemakkelijker beschikbare (en regelbare) stoommachine en later de petroleum- of dieselmotor. Om de daardoor ongebreidelde afbraak van molens een halt toe te roepen werd in 1923 de Vereniging Hollandsche Molen opgericht. Deze schreef een wedstrijd uit om technische verbeteringen te ontwerpen, die het rendement van de windmolen zouden verbeteren. Dat heeft interessante verbeteringen opgeleverd, waarvan enkele ook op de Sint Antoniusmolen werden toegepast. De wieken werden daartoe voorzien van extra vleugelkappen, met een meer of minder gunstig resultaat.  Dat dit geholpen heeft blijkt uit het thans nog in Nederland grote aantal operationele molens. Daarentegen zie je over de grens relatief veel molenrompen, waar het wiekenkruis, kap en aandrijving uit zijn verwijderd en slechts de (electrische) maalderij is overgebleven.
Technische vernieuwingen werden ook in de Antoniusmolen aangebracht, maar de oudere constructies zijn ook gebleven, waardoor in deze molen de hele gebruiksgeschiedenis nog is waar te nemen. Zo zijn er drie maalstenen aanwezig, waarvan twee bestemd waren voor het malen van graan, en een derde voor het malen van (eiken-)schors, dat gebruikt werd bij het looien van leer.
Droogers legde uit hoe de aandrijving vanuit de wieken tot aan de maalstenen werd overgebracht, en vestigde ook de aandacht op de zgn regulateur, die er voor zorgt dat bij grotere maalsnelheid (bij sterkere wind) de ruimte tussen de maalstenen zó wordt geregeld dat het meel toch de gewenste fijnheid krijgt. Hoe de aandrijving van de maalstenen en het luiwerk (voor het hijsen van zakken graan) in- en uitgeschakeld wordt, kun je trouwens het best bekijken bij een bezoek aan de molen zelf.
Dat een molen niet alleen maar hoeft te draaien maar meer nog onderhoud nodig heeft bleek uit een hele opsomming van verbeteringen en reparaties die in de loop der jaren nodig bleken. Omdat de molen in de oorlogsjaren als uitkijkpost werd gebruikt, was oorlogsschade onvermijdelijk. Op één van de spillen in de molen is trouwens nog een kruis geschilderd dat het meest lijkt op een Duits ijzeren kruis. Bij het herstel gedurende 1947 – 1948 zijn ook onderdelen uit andere, inmiddels gesloopte molens gebruikt. Zo komt een roede (wiekenbalk) van de korenmolen uit Dinteloord, en de molenas waarop de wieken zijn gemonteerd, uit Ritthem (bij Vlissingen). Deze as was trouwens eigenlijk te kort, waardoor een nieuwe asondersteuning nog was, die weer is gevonden door het gebruik van een zgn persbalk uit een standerdmolen uit Graauw in Zeeuws Vlaanderen.

In 2002 brak een van de wieken (de helft van een roede) af tijdens draaien

Vrienden van de Sint Antoniusmolen
In 2002 vond een echte ramp plaats: tijdens draaien brak spontaan één van de wieken af. Dit was de aanleiding tot de oprichting van de Stichting Vrienden van de St Antoniusmolen. Molenaar Moerland zat echter niet bij de pakken neer; hij draaide gewoon verder met slechts twee wieken, totdat in 2004 mede dank zij de nog jonge stichting een nieuw (ander) wiekenkruis geplaatst kon worden. Sindsdien is er door deze stichting veel kostbaar onderhoud aan de molen verricht. Zo is in 2004 enkele vierkante meters metselwerk hersteld, en werden de koppen van de staartbalken waar nodig gerepareerd. In 2007 is de grote spruit vervangen. Dat is de dwarsbalk die vlak onder de molenkap ligt, waaraan de staartbalken zijn bevestigd. Met dit geheel wordt de molen op de wind gekruid.
In 2006 zijn de zgn mendeuren vervangen, die toegang geven tot de ruimte onderin de molen. Zo kon men met paard en wagen naar binnen rijden om middels het zgn luiwerk te laden te lossen. Zelfs was er aan de achterzijde een tweede stel deuren, waarlangs paard en wagen vervolgens weer naar buiten reden. Men spreekt hierbij van een in- en uitvaart.
In 2013 bleek uit onderzoek de molenromp er slecht aan toe te zijn; de hele buitenlaag van het metselwerk stond los. Mede dank zijn subsidies van het Prins Bernhardfonds en het Bouw Cultuur fonds kon het herstel worden aangepakt.

Wout Huijgens van de Vereniging Vrienden van de St Antoniusmolen

De opsomming aan onderhoudsklussen houdt overigens niet op. Wout Huijgens benadrukte dat de sedert een aantal jaren georganiseerde molenfeesten een noodzakelijke bron van inkomsten zijn om een bijdrage aan het onderhoud te kunnen doen, waardoor ook weer (deel)subsidies kunnen worden aangevraagd. Kortom, een rijksmonument als de Sint Antoniusmolen vergt voortdurende koestering om deze voor het nageslacht te behouden.

Wiekstand
Over de wiekstanden en hetgeen ze uitdrukken is wel het een en ander op internet te vinden; de wiekstanden blijkens zelfs streekgebonden. Zo is de vreugdestand in Westbrabant juist de rouwstand in Oost Brabant. Dit heeft zelfs met het geloof van de molenaar te maken (katholiek rouwt anders dan protestant) Maar er zijn meer standen die informatie geven: Ruststand, bilstand (de molenaar is de maalstenen aan het ‘billen’ (= opnieuw scherp hakken), de feeststand. Zelfs werd aan elkaar doorgegeven dat er een razzzia tijdens de oorlog gaande was. Meer hierover leest u hier.

Uw reactie?