Van ambachtelijk familiebedrijf naar industriële bedrijvigheid

Docent Gerrit Groeneweg

Bergen op Zoom kent een onafgebroken pottenbakkerstraditie die terug gaat tot diep in de volle middeleeuwen. Eeuwenlang worden grote hoeveelheden gebruiksaardewerk geproduceerd en vooral in Zeeland en Amsterdam verkocht. In sommige tijden is ook Engeland een belangrijk afzetgebied. Vanuit Amsterdam wordt het potgoed verder naar steden rondom over de Zuider- en Oostzee verscheept, terwijl VOC-schepen het over de wereldzeeën naar alle windstreken brengen.

Van groot belang was hechte samenwerking en de strakke organisatiestructuur van kleine ambachtelijke potmakersbedrijfjes in Bergen op Zoom, de zorg voor kwaliteit en uniformiteit van het product en de aanwezigheid van een goede infrastructuur in de vorm van scheepvaartverbindingen met een netwerk van schippers en kooplieden.
Na de Franse tijd komt er verandering in de dan eeuwenoude structuur. De potmakers beginnen zich los te maken van het strakke keurslijf van het “voormalige” gilde: het personeelsbestand neemt toe en met behulp van paardenkracht doet ook de mechanisatie haar intrede. Een nieuwe fase treedt in, wanneer kapitaalkrachtige ondernemers, weliswaar zonder vakkennis, maar met geld, lef en inzicht ter plaatse van het huidige Mineurplein een volwaardige potfabriek gaan stichten. Niet het traditionele Bergse aardewerk staat daarin centraal, maar eigentijds serviesgoed: frankforter-, Engels- en Gouds aardewerk. Het initiatief krijgt een extra impuls door de opkomst van de stoommachine en de daardoor aangedreven kneedmolens en kleipersen.
Bedrijven met geld en ambitie kunnen daardoor uitgroeien tot industriële bedrijven die zich gaan toeleggen op het vervaardigen van draineerbuizen, dakpannen en bakstenen. Andere bedrijven houden het hoofd boven water door over te schakelen op de productie van ‘kunst’aardewerk; de resterende potmakerijen doven één voor één uit en verdwijnen geruisloos van het toneel. Enkele fabrikanten van draineerbuizen verplaatsen hun fabrieken naar de kleiputten buiten de stad.
Toch is daarmee nog niet alle aardewerkproductie uit de stad verdwenen. In het midden van de vorige eeuw nog vestigt een bloempottenfabrikant uit Gouda zich in Bergen op Zoom. Het bedrijf specialiseert zich in Delfts blauwe en polychrome faience. Veel van de daar gemaakte bordjes, asbakken en vaasjes hebben talloze huiskamers in het Antwerpse gesierd als blijvende herinnering aan een geslaagde dagtrip naar Bergen op Zoom.
De geschiedenis van ambachtelijke productie van gebruiksaardewerk in de late middeleeuwen tot en met het fabrieksmatig vervaardigen van grote hoeveelheden bouw- en andere grove ceramiek, inclusief de siervoorwerpen van ambitieuze en meer artistiek ingestelde pottenbakkers wordt gespreid over drie lesavonden waarbij de nadruk zal liggen op achtereenvolgens:

  • Grondstoffen, techniek en assortiment

  • Organisatie, handel, transport en concurrentie

  • Nieuwe initiatieven, mechanisatie en industrialisatie