Docent: Eric Elich

Vastenavond is in Bergen op Zoom, ’t  Krabbegat, het grootste feest dat al sinds de middeleeuwen wordt gevierd. Een aantal dagen per jaar verandert de stad in een groot feest, een omgekeerde wereld, die rijk is aan symboliek en rituelen gefundeerd op oude tradities.
Het dragen van lampenkappen ,vogelkooien en gordijnen is tijdens de Vastenavond hier de gewoonste zaak van de wereld. Wat betreft het dragen van gordijnen zijn er raakvlakken met plaatsen elders in de wereld. Johan Wolfgang Goethe schreef hier in 1786 al over.
Het dragen van een masker is één van de belangrijkste kenmerken van de Vastenavond. Zelfs het verbod op maskerades door Prins Maurits kon de Bergenaar niet tegen houden. “Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan”
De huidige organisatie van de Vastenavend vindt zijn structuur rond 1800. De eerste Carnavalsbals werden georganiseerd en de eerste teerclubs ontstonden. Clubs die in een stamcafé spaarkassen hadden, waar wekelijks geld voor de Vastenavond werd gespaard. Er werden liedjes geschreven en er werd op straat gedanst. Groepen en verenigingen hielden op maandag- of dinsdagmiddag voordrachten op straat. Men noemde het verkleed en zingend op straat dansen ‘dweilen’. Hoveniers kwamen met hun wagen, die zij bij gelegenheid van de Vastenavond versierden op dinsdagmiddag naar de stad om er ’s avonds feest te vieren. Die versiering groeide uit tot uitbeelding en zo was er het begin van een optocht.
De eerste organisatie was in handen van de Vereeniging tot bevordering van het Vreemdelingenverkeer voor Bergen op Zoom en omstreken “De Unie”, opgericht in 1894. De vereniging beschouwde het als een van haar taken om volksvermakelijkheden te organiseren, steunen en veredelen. Deze taken zijn in 1946 in een Manifest door de Stichting Vastenavond, de huidige organisatie, opgenomen en allengs is de Vastenavond op deze pijlers verder uitgebouwd tot het feest dat, zoals Anton van Duinkerken zei:  “Nimmer zal vergaan dan met de mens!”