Docent Johan Stalknecht

De cursisten herinneren het zich vast nog wel: tot ca 1860 lag Bergen op Zoom ingeklemd tussen de wallen. Op de schootsvelden, glacis, mocht niet worden gebouwd. Pas na een paar honderd meter stonden op de Halsterse-, Wouwse- en Antwerpsestraatweg de eerste huizen.

Studiekaart anno 1882 ivm indeling vrijkomende terreinen na ontmanteling van de vesting

Studiekaart anno 1882 ivm indeling vrijkomende terreinen na ontmanteling van de vesting

In de laatste honderdvijftig jaar, na de ontmanteling van de vesting Bergen op Zoom en als gevolg van de industriële revolutie, de toename van de bevolking en de stijging van de welvaart, kwam de ruimtelijke ontwikkeling van deze stad in een ware stroomversnelling terecht. In goed anderhalve eeuw werd de met huizen, parken en sportvelden bedekte oppervlakte meer dan 16 keer zo groot. Elke 50 jaar een verdubbeling van de oppervlakte! Dit zonder de industrieterreinen en zonder Halsteren!
Per les staat een periode centraal: die tot en met de Eerste Wereldoorlog, die tot circa 1970 en die tot onze tijd. Per periode sta ik stil bij de stedenbouwkundige groei van Bergen op Zoom, de keuzen die men maakte en bij de factoren die daarop van invloed waren: (industriële) bedrijvigheid, werkgelegenheid en welvaart, bewolkingsgroei, (volks)huisvesting en emancipatie, vervoer en verkeer.

Uiteraard zal aandacht worden besteed aan het feit dat Bergen op Zoom niet op een eiland ligt. De Bergse stedenbouwkundige keuzen zijn in hoge mate vergelijkbaar met die overeenkomstige steden maakten.

Luchtfoto Bergen op Zoom anno 1930

Luchtfoto Bergen op Zoom anno 1930 (plm) Een geweldige vergroting krijgt u door met de rechter muisknop te kiezen voor ‘open in een nieuw tabblad’

Omdat planologische ontwikkelingen afleesbaar zijn in woonwijken, industrie-terreinen, sportcomplexen, parken en verkeersvoorzieningen zal de cursisten worden gevraagd voorafgaand aan elke bijeenkomst zelf een ‘voorbeeldig’ stadsdeel te verkennen. Het verkennen gebeurt aan de hand van een notitie met basisgegevens en een observatieopdracht. Deze worden vóór de eerste bijeenkomst per e-post toe-gestuurd. De opgedane kennis bij deze individuele wijkbezoeken vormen de bouwstenen voor de drie gezamenlijke lessen.