Docent Willem de Weert

Les 1
Ontstaan van het Nederlandse landschap
Om de historische ontwikkeling van het landschap te begrijpen is enige basiskennis van de geologie noodzakelijk. Hoe is het Nederlandse landschap ontstaan? We verkennen het begrip geologische tijd dat een wat andere dimensie heeft dan de lengte van een mensenleven. Aan de hand van een serie knipvellen reizen we dan terug in de tijd naar circa 2,5 miljoen jaar geleden. De ijstijden zijn op komst. De Noordzee valt droog. Voorlopers van de huidige rivieren leggen dikke pakketten zand, grind en klei weg en vormen een zogenaamde puinwaaier. We maken een sprong in de tijd en zien hoe een paar honderdduizend jaar geleden de ergste ijstijd het noorden en midden van ons land op zijn kop zet. Aan het einde van de ijstijden verandert het landschap opnieuw. Koude stormen razen over een kaal landschap en bedekken het met dikke lagen zand en löss. Circa 12.000 jaar geleden breken warmere tijden aan. De begroeiing keert terug. De Noordzee verschijnt op de kaart en komt steeds dichterbij. Er ontstaat een kuststrook met daarachter grote veenmoerassen. De zeespiegel blijft stijgen en reikt in stappen steeds verder oostwaarts. Grote overstromingen zijn het gevolg. Terpen en dijken moeten het land beschermen. Op het hoge deel van ons land veroorzaakt overbeweiding door de mens stuifzanden en heide. Het beeld van het huidige Nederlandse landschap ontstaat.

De Brabantse Wal
We zoomen in op het landschap van Bergen op Zoom en omgeving. We bekijken aan de hand van het geologisch profiel het landschap van de Brabantse Wal. (Waar komt die naam vandaan en welk gebied rekenen we tot de Wal?) We zien de in de eerste les beschreven veranderingen van het Nederlandse landschap terug in de ondergrond van onze streek. We gaan dieper in op het fenomeen steilrand. De hoge rand die van België via Woensdrecht en Bergen op Zoom naar Steenbergen slingert, speelt een hoofdrol in het landschap. Deze markante rand markeert scherp het onderscheid tussen het zandgebied en het zeekleigebied, tussen een piepjong en een oeroud landschap. Hoe is de steilrand ontstaan? Diverse theorieën passeren de revue. Ten slotte kijken we waar al die geologische geschiedenis in de omgeving van Bergen op Zoom met eigen ogen te zien is. In de volgende lessen bekijken we enkele periodes waarin het landschap rond Bergen op Zoom ingrijpend veranderde.

Les 2
Verdwenen venen
Vanaf ongeveer vierduizend jaar geleden raakte het gebied op en rond de Brabantse Wal met veen bedekt. Rond het begin van de jaartelling lagen er grote veenmoerassen. De dertiende eeuw na Christus was het beginpunt van een ‘grote aanslag’ op het landschap: de turfexploitatie. De venen, vaak metersdik, zijn tussen circa 1250 en 1750 na Christus opgeruimd. De turf verdween als brandstof in de haarden van de grote Vlaamse steden of werd verbrand om zout te winnen. Na 1750 was er letterlijk ‘geen moer meer te zien’. Maar wie goed rondkijkt, ziet toch nog steeds sporen die in het landschap zijn achtergebleven. We zoeken ze op in de omgeving van Bergen op Zoom.

Verdronken landschap
Rond Bergen op Zoom zijn twee deellandschappen te zien: het hoge en het lage. Het hoge is een lichtgolvend zandlandschap met slingerende wegen en dito kavelgrenzen. Het lage is een vlak kleilandschap met rechte wegen en even rechte kavelgrenzen. De in de eerste les besproken steilrand is de grens. In het lage deel verdronken, vooral in de zestiende eeuw, dorpen, kastelen, kerken, kloosters en kapellen. Ze werden begraven onder een pakket klei van circa een meter dikte. We zoeken ze op en bekijken waar Agger, Emmaus, Hildernisse, Oud-Borgvliet, Polre, ‘t Waterhuijsje en Koeveringe liggen. Ook kijken we naar de locatie van enkele mooie boerderijen, precies op de steilrand.

Les 3
Landgoederen rond Bergen op Zoom
We bekijken de aanleg van landgoederen rond Bergen op Zoom. Tot de achttiende eeuw was er geen sprake van landgoederen zoals we nu kennen, maar van ontginningen van woeste grond. De ontwikkeling tot landgoed vond vooral in de negentiende eeuw plaats. In 1801 werden in de Franse tijd de rechten van het Markiezaat afgekocht door de Bataafse Republiek. Domeinen deed veel woeste grond in de verkoop om de oorlogsvoering te bekostigen. Bij de afscheiding van België (1830) deed de staat opnieuw grond in de verkoop. Notabelen uit eigen land en Belgische bankiers en fabrikanten kochten grond op. Een deel van de Brabantse Wal kwam daardoor in Belgische handen. Voorbeelden zijn de Wouwsche Plantage (Roosendaal), Dassenberg (Steenbergen), Groote Meer (Ossendrecht) en Putse Moer (Putte). De nieuwe eigenaren voegden cultuurhistorisch waardevolle elementen toe zoals landhuizen en dienstwoningen, die de kern van hun landgoed vormden. Vaak dienden ze als buitenverblijf, soms werden ze permanent bewoond. Rondom de landhuizen werden tuinen en parken aangelegd, vooral in de Franse formele en in de Engelse landschapsstijl. Tegenwoordig zijn veel landgoederen in bezit gekomen van grote natuurbeschermingsorganisaties.

Nieuwe ontwikkelingen en een kijkje naar de toekomst
De luchtfoto van onze streek is het object van studie in deze afsluitende les. De strijd van Nederland tegen het water vond een hoogtepunt aan het einde van de vorige eeuw: de Deltawerken. De zee werd van de Brabantse Wal gescheiden door de aanleg van dammen en het Schelde-Rijnkanaal. Dit leverde landwinst en veiligheid, maar betekende ook een enorme verandering van zout naar zoet voor de natuur. Alle op zout gebaseerde natuur stierf af, een ecologische ramp die zich in stilte en zonder veel ophef voltrok. Als pleister op de wonde werden in het nieuwe landschap natuurgebieden uitgespaard als het Markiezaat en het Zoommeer, maar nu met zoet en stilstaand water. Ook op de hoge gronden stond de tijd niet stil. Schaalvergroting en specialisatie in de landbouw gaven het landschap een ander aanzien. Dat geldt ook voor de verstedelijking en industrialisatie. De ligging tussen Rotterdam en Antwerpen zette en zet (A4) de streek onder druk. Biedt de aanleg van zogenaamde nieuwe natuur tegenwicht?