De Geschiedkundige Kring is een kring van vrijwilligers, en wil dat weten ook. Inmiddels is het traditie om jaarlijks met die vrijwilligers een uitstapje in de buurt te maken. Natuurlijk sluit dit uitstapje aan op op de doelstelling van de Kring: het bevorderen van de kennis van de geschiedenis van Stad en Land van BoZ. Zaterdag 17 oktober 2015 was dit uitstapje naar het Wilhelmietenmuseum in Huijbergen. Deze zomer was er een expositie ‘Boeken aan het woord, over vijfhonderd jaar boekdrukkunst’. Een prima aanleiding om dit museum met de vrijwilligers te bezoeken.
Tijdens zijn welkomstwoord toonde voorzitter Joost de Graauw enige verbijstering over het feit dat enkele deelnemers er in geslaagd waren om in Huijbergen te verdwalen. Gelukkig hadden ze nog bijtijds het juiste spoor gevonden.
Broeder van Huijbergen Adri Franken (Bergenaar van geboorte) en conservator van het Wilhelmietenmuseum hield hierna een inleiding over de geschiedenis van zowel het kloostercomplex als de Broeders van Huijbergen, die afkomstig van het broederklooster in Oudenbosch het toen leegstaande Wilhelmietenklooster en omliggend gebied in 1852 in gebruik namen.

Wilhelmieten
undefined-346627325.jpg(mediaclass-fancybox.c6510c0e15414667d97bb714e21d090f477317ed)[1]

Op een carton (planschets voor een gebrandschilderd raam) staan Willem van Oranje en Anna van Saksen met hun naamheiligen afgebeeld

Het kloostercomplex zelf kent een geschiedenis vanaf 1278. Guilielmites of Wilhelmieten vormden een kloosterorde als volgelingen van Guilielmus de Malavalle, een edelman uit Toscane die na een (volgens indirecte overlevering) losbandig leven en aanhanger van de anti-paus Anacletus II na bekering door Bernardus van Clairvaux zich terugtrok als kluizenaar. Hij stierf in 1157 en werd heilig verklaard in 1202.
Een kwinkslag van broeder Adri over een andere bekende Willem (van Oranje) deed ons erelid Willem van Ham rechtop zitten. In een nog te verschijnen artikel laat hij zien dat die eerste Willem (de Malavalle dus) als naam- of beschermheilige van die tweede Willem beschouwd kan worden. Op dit moment is overigens nog niet bekend waar dit artikel zal verschijnen.

Maquette van het vroegere Wilhelmietenklooster, dat in 1944 werd verwoest. Het geboue linksboven is het nog bestaande poortgebouw.

Maquette van het vroegere Wilhelmietenklooster, dat in 1944 werd verwoest. Het geboue linksboven is het nog bestaande poortgebouw.

De kloosterlingen leefden volgens de regels van Sint Benedictus. De orde verspreidde zich over geheel Europa, ‘sHertogenbosch was de eerste nederzetting in de Lage Landen. Het klooster in Huijbergen werd gesticht door de heer van Breda in 1278 die een leen met te ontginnen grond gunde aan Wilhelmieten uit Baseldonk. Het omliggende gebied (inclusief Wouwse Plantage) werd ontgonnen vanuit deze kloostergemeenschap.
De Wilhelmieten hebben het kloostercomplex maar liefst 569 jaar achtereen bewoond. Tijdens de 80 jarige oorlog eindigde dit. Na 12 jaar bouwden zij het klooster opnieuw op, maar Staatse troepen joegen ze er weer uit, waarna ze onderdak vinden in een van hun boerderijen nabij Wouwse Plantage (café Trapke n’op). De Franse troepen halen vervolgens de Wilhelmieten ‘met geweld’ terug naar het klooster. Inmiddels sloot Josef II alle Wilhelmietenkloosters in het Oostenrijkse keizerrijk; alleen dat van Huijbergen op de grens van Oostenrijks en Spaans Braband was er nog, waar de hele ‘orde der Wilhelmieten’ uit welgeteld 8 man bestond. De bibliotheken van de gesloten kloosters waren uiteindelijk allemaal in het laatste ordeklooster Huijbergen ondergebracht. De laatste Wilhelmiet, Toon van de Berg uit Kalmthout, is uiteindelijk onder druk van bisschop van Hooydonk uit Breda omstreeks 1800 naar Borneo vertrokken. De bibliotheek is toen naar Hoeven overgebracht, en tenslotte door de bisschop verkocht aan de VU in Amsterdam.

Weeshuis

Omstreeks dezelfde tijd werd Martinus de Bie uit Halsteren aangesteld als pastoor in Huijbergen. Deze begon in het leegstaande klooster een weeshuis, en riep daarvoor de hulp in van de broeders uit Oudenbosch.

Of dit boekje in het weeshuis werd gebruikt is niet bekend

Of dit boekje in het weeshuis werd gebruikt is niet bekend

De aanwezigheid van de kinderen deed al spoedig behoefte ontstaan aan onderwijsfaciliteiten, zoals lagere school, en later ook ULO, MULO en Handelsschool. Dit onderwijs werd gegeven door eigen leden van de congregatie, die tot 300 leden omvatte. Het aantal jongens dat hier ondergebracht was groeide in de loop der tijd uit van 50 naar 100. Aan de kostschoolfunctie, gestart in 1852 kwam in WO II abrupt een einde toen in 1942 de gebouwen door de bezetter in beslag genomen werden. De leerlingen werden toen ondergebracht in andere broederkloosters in Bergen op Zoom (Hoogstraat), Ypelaar, Oud Gastel en Halsteren. De broeders kregen 3 dagen voor de ontruiming, waarbij het archief toen is ondergebracht in de bank van Van Lanschot in Roosendaal.

Twee prentjes met stichtelijke versjes van een veel grotere collectie

Twee prentjes met stichtelijke versjes van een veel grotere collectie

Na de oorlog start St Marie opnieuw in Huijbergen, maar dat ging niet zomaar; het Duitse leger had bij terugtrekken de gebouwen in brand gestoken. Van het vroegere klooster resteert alleen nog het poortgebouw, waar nu het museum is gevestigd. Voor het overige zijn alle gebouwen op het complex naoorlogs.

Neergang

Toen in de jaren ’80 door veranderende wetgeving alle onderwijzend personeel volgens CAO betaald moest worden, werden de kosten voor het pensionaat en scholen te hoog. Hierdoor moesten overigens alle kostscholen en internaten in Nederland sluiten.

Een 17e eeuwse bijbel

Een 17e eeuwse bijbel

Ook het aantal broeders in Huijbergen toont een dalende lijn; thans zijn er nog maar 25 over, en deze groep vergrijst wegens ontbreken van jongere instroom. Deze instroom is er overigens wel in de vestiging in Indonesië, terwijl een andere vestiging in Brazilië afbouwt. Het gebied rondom het klooster is aan de gemeente Woensdrecht verkocht, die er een woonwijk op heeft gebouwd. Het kloostercomplex zelf is nog bij de broeders in gebruik.

Museum

Voor het Wilhelmietenmuseum en het poortgebouw waarin het gevestigd is wordt samenwerking gezocht met het Markiezenhof. Doel is om het Wilhelmietenarchief bij het MHC onder te brengen; het archief van de congregatie blijft eigendom, maar verhuist straks naar klooster St Agatha in Cuyk.

Een verkoopovereenkomst op perkament

Een verkoopovereenkomst op perkament

Het Wilhelmietenarchief omvat (ondanks de verkoop van de bibliotheek) vele oude boeken van sommige wel 500 jaar oud. Handgeschreven op perkament (lamsvellen). Het oudste stuk dateert van 1315. Ook is er een eeuwenoude administratie aanwezig, waarin vele aanwijzingen uit het vroegere dagelijkse leven zijn terug te vinden. Zo valt te concluderen dat de Bergse kermis ook in 1600 al een week duurde, en dat het personeel enkele stuivers ontving om die te bezoeken. Wat ons vreemd in de oren klinkt is dat ansjovis per stuk verkocht werd; prijzen van meerdere jaren is aanwezig. Helaas is niet bekend of deze uit Bergen op Zoom werden geleverd, of een andere nabijgelegen vissershaven (Woensdrecht). Wel namen van leveranciers: Kroon (1779-1784); Wintwijer (1786-1793), Govaert Iterson (1774-1787). Het inkomen van het toenmalige personeel is hier ook in terug te vinden, en diensten als het slachten van vee: de slacht van een varken kostte rond 1700 zes stuivers, terwijl voor een koe twaalf stuivers betaald moest worden.

Papa, waar kijken die mannen naar? Ach jongen, dat is tegenwoordig, men kijkt meer naar bewegende beelden dan naar ons, houten klazen.

Papa, waar kijken die mannen naar? Ach jongen, dat is tegenwoordig, men kijkt meer naar bewegende beelden dan naar ons, houten klazen.

Nog een interessant voorbeeld is dat op de kerk van Huijbergen omstreeks 1655 een stellage wordt gebouwd ten behoeve van landmeter Charles Bogaerts, die in opdracht van de markiezin Maria Elisabeth II van den Bergh (‘Lieske’) gedurende een maand opmetingen verricht voor een nauwkeurige vastlegging van de grens, die loopt van Grote Meer, via de Huijbergse kerk naar de Hersput. Voor de precieze bepaling maakt Bogaerts mede gebruik van getuigenverklaringen.
Het archief is nog veel rijker aan informatie; zo is de geschiedenis van het dorp Huijbergen er nagenoeg helemaal in terug te vinden.
Gedurende een periode van 30 jaren heeft een broeder in de eerste helft van de vorige eeuw alle kasboeken getranscribeerd, geïnventariseerd en geïndexeerd. Digitaliseren moet nu volgen. Deze kasboeken vormen voer voor genealogen, omdat er zoveel namen en verwijzingen in voorkomen.
Het archief bevat vele bijzondere stukken, maar is ook als samenhangend geheel van belang. Zorgvuldig beheer is daarom geboden, want, zoals broeder Adri Franken het verwoordt: Archief heb je van je voorgangers, het is niet van ‘ons’. Met andere woorden: draag het goed beheerd over aan volgende generaties. Vandaar dat zorgvuldig overleg plaatsvindt over een eventuele overdracht aan derden.

Het museum is gevestigd aan de Staartsestraat 2 in het vroegere poortgebouw van het klooster, dat in 1975 is gerestaureerd. De collectie omvat en diversiteit aan materialen waaruit de activiteiten van de broeders valt af te lezen. In de bijgaande foto’s is getracht hiervan een dwarsdoorsnede te bieden.

Bovendeel van altaar uit de kloosterkapel aan de Hoogstraat in Bergen op Zoom

Bovendeel van altaar uit de kloosterkapel aan de Hoogstraat in Bergen op Zoom

Het museum is geopend in de middagen van het tweede en vierde weekend van april tot en met september, en buiten deze tijden na afspraak met broeder Adri of Marian Muller. Het museum beschikt niet over een eigen website, wel is enige informatie te vinden op de gemeentelijke website en de site van de Broeders van Huijbergen..

Uw reactie?