De tweede Hofzaallezing op 14 maart 2017 vormde een duidelijke prélude op de komende tentoonstelling Voorbij IJdelheid van 20 mei – 29 oktober 2017. Een tentoonstelling van een regio- overstijgend belang, en zilverliefhebbers komen gezien de nu al bestaande belangstelling van nog veel verder voor het op deze tentoonstelling gebodene.
Tegelijkertijd verschijnt het boek Zilver in en rond Bergen op Zoom over deze vergeten nijverheid van zilversmeden in het markiezaat, dat niet alleen een lacune in de geschiedschrijving herstelt, maar tevens een catalogus met prachtige kleurenfoto’s en beschrijvingen bevat van ontdekte zilveren kunstvoorwerpen die door zilversmeden uit dit gebied zijn gemaakt. Uiteraard ontbreken de zilvermerken die daarbij horen, evenmin.

Cees Vanwesenbeeck vertelt meeslepend over het onderzoek rondom het zilverproject

Inleider Cees Vanwesenbeeck (Sakkoprijs 1996, oud-gemeentearchivaris BoZ, hoofd kunst en cultuur gem Delft, adviseur kunst en cultuur (KidOR, Stenen Strofen) etc ,etc) vertelde over het ontstaan van het project Bergen op Zilver en hoeveel voorbereidend werk is verricht.
Nauwelijks terug uit Delft werd hij benaderd door Klaas Hielkema, die als zilverliefhebber tot zijn verbazing constateerde dat in de vele publicaties over steden met een nijverheid van zilversmeden, uitgerekend de steden Delft en Bergen op Zoom ontbraken. Dat het hier een lacune in de Bergse geschiedschrijving betrof, was duidelijk: literatuuronderzoek leverde slechts een artikel van drs W.H. Knippenberg in de Waterschans van 1 april 1968 en vermeldingen in de publicatie ‘Paas- en Koudemarkten van CJF Slootmans (index zie pg 1788). Een braakliggend terrein derhalve.

Een van de publicaties van Citroen. Ook zilvermerken zijn niet altijd wat ze lijken…

Wel is er nog een standaardwerk van Citroen over de zilvernijverheid voor heel Nederland, doch helaas is daarin geen bronvermelding opgenomen. Daarin opgenomen smeden bleken soms uit het Antwerpse te stammen, en andere moesten afvallen omdat hiervan geen historische gegevens terug te vinden waren.
Toch was er ook elders onderzoek gedaan waar op kon worden voortgebouwd: Mr. S.A.C. Begeer (directeur Van Kempen & Begeer van 1947-1983) heeft veel onderzoek gedaan naar zilvermerken en smeden. De resultaten zijn (met toestemming) weer gebruikt door drs. Jean-Pierre van Rijen, die het plan had opgevat om een publicatie samen te stellen over de zilvernijverheid in geheel Brabant. Dat onderzoeksgebied bleek echter te omvangrijk voor de beschikbare tijd (en budget). Zijn onderzoek naar de zilversmeden in de Baronie van Breda is in 2000 gepubliceerd in een prachtig lees- en kijkboek Zilver en zilversmeden in de baronie van Breda.
Dank zij intensieve samenwerking met Van Rijen komt het nu ook tot een publicatie over de zilversmeden in het Markiezaat. Enkele niet tot het markiezaat behorende plaatsen die ook niet in het Bredase boek zijn vermeld, werden aan de nieuwe publicatie toegevoegd. Daarmee vormen beide publicaties een compleet overzicht van de zilvernijverheid in West Brabant. Samen met de zilvertentoonstelling en een bijpassend evenementenprogramma wordt hiermee een bijna vergeten stuk geschiedenis terug op de kaart gezet.
Wat hiervoor nodig was werd in de lezing belicht. Vrijwilligers van de School voor Geschiedenis en medewerkers van het (thans) West Brabants Archief en Markiezenhof hebben de Stadsrekeningen, Domeinrekeningen, Notariële archieven en Genealogische bronnen doorgevlooid op sporen van bruikbare informatie. Daarbij moesten 4 à 5000 akten uit een ver verleden worden bekeken die iets over zilversmeden vermeldden. Genealogisch onderzoek vulde de informatie verder aan. Een geweldig voordeel was het dat de benodigde documenten in het verleden al werden gedigitaliseerd dank zij vele andere vrijwilligers.
De oudste vermelding van een edelsmid in Bergen op Zoom is te vinden in een akte uit 1343 in het Kartuizerklooster te Antwerpen, waar sprake is van ‘Willem des gout smeets’. Tot nog toe heeft het onderzoek geleid tot 362 goudsmeden, waarvan er maar liefst 295 in Bergen op Zoom gevestigd waren. De overigen woonden elders in het markiezaat zoals in Steenbergen (18), Halsteren (6), Oudenbosch (12). Omdat vele akten in andere archieven nog slecht toegankelijk zijn is niet uitgesloten dat dit aantal verder stijgt.

De oudst bekende vermelding van een Bergse goudsmid in het Cartularium van de kartuizers te Antwerpen vermeld: Willem gouts des smeets (moet zijn: Willem des gouts smeets)

Omdat zilver en goud behalve voor sieraden ook als betaalmiddel werd gebruikt, en hebzucht van alle tijden is, werd in een munt-ordonnantie al in 1467 vastgelegd hoeveel gram zuiver zilver een munt moest bevatten. Het verzilveren van kopergeld om het voor echt te doen doorgaan was dan ook strafbaar met forse boetes. Een latere ordonnantie van 1489 bepaalde opnieuw het gehalte goud en zilver (volgens een Parijse standaard), en dat ieder zilveren en gouden stuk metaal moest worden voorzien van het keurmerk van de stad die toezicht hield op de zilversmeden. Toen Bergen op Zoom nog niet beschikte over een eigen keur werd het werk van Bergse zilversmeden gekeurd door Antwerpen, als zijnde de dichtst bij zijnde stad met een keur.
Een volgende ordonnantie uit 1502 schreef voor dar er behalve het stadskeur tevens een jaarmerk (letter) en een meesterteken moest zijn aangebracht.
In 1522 werd op initiatief van Jan III van Glymes een eigen Bergse gilde (beschermheilige St Eloy of Eligius van Noyon) opgericht, waar een reglement van 48 artikelen aan werd verbonden waar leden zich aan moesten houden. Onder meer waren er ook werktijden in geregeld, zodat het wat lawaai veroorzakende kloppen van het metaal niet na 10 uur ’s avonds en niet voor 4 uur ’s ochtends mocht worden gedaan. Met deze oprichting behoort Bergen op Zoom tot het rijtje met steden met de vroegste eigen zilverkeuren.

Bergs stadskeur van ná 1560

Verwarrend is dat het stadskeur tot 1560 er eender kan uitzien als dat van Breda, een schild met drie kruisen. Dat maakt het determineren van zilveren voorwerpen niet gemakkelijker. Het meesterteken moet dat meer duidelijkheid brengen, als dat ten minste aan een inwoner van de stad kan worden toegewezen. Daarom is zowel het onderzoek in de stadsarchieven als genealogisch onderzoek nodig.
Bij de komst van Fransen werden alle gilden opgeheven. Het toezicht ging toen over in een commissie die op eenzelfde manier werkte, tot in 1806 een systeem van patenten en vergunningen werd ingevoerd. Dergelijke vergunningen waren ook vereist voor rondreizende smeden die op kermissen hun producten aan de man brachten. Vanaf 1898 wordt de Waarborgwet ingevoerd die het toezicht regelt. Nadat dit toezicht door de zgn Waarborgkamer werd geprivatiseerd en failliet ging, is de kamer heropgericht, maar leidt nog steeds een kwakkelend bestaan.

Zoals boven al vermeld was zilver van belang als betaalmiddel, zodat daarmee het bezit kon worden vastgelegd. Het metaal van oudere kunstwerken werd dan ook met regelmaat gebruikt om nieuwe siervoorwerpen of muntgeld te maken. Ook bij de plundering in oktober 1747 door de Fransen is veel (Bergs) zilver uit de stad verdwenen.

Het juweliershuis (rood omlijnd) besloeg een aantal panden aan Grote Markt en de Silverstrate (nu: Kremerstraat)

Dat het Bergse gilde bloeide had alles te maken met de jaarmarkten (Paas- en Koudemarkten) waar natuurlijk het betaalzilver moest worden gewaardeerd, en ook zilver als gebruiks- en kunstvoorwerpen werden verkocht. Het voor deze handel beschikbare juwelierspand strekte zich uit over meerdere panden in de Silverstrate (nu Kremerstraat) en twee panden aan de Grote Markt (zie afbeelding). Hier was tijdens de jaarmarkten werk- en verkoopruimte voor maar liefst 43 zilversmeden uit diverse steden.
Het oudste nog bestaande product van de zilversmeden is voor zover thans bekend een kelk uit 1450, die zich thans in Kortenbosch bevindt. Omdat het stadskeur alleen de drie kruisen omvat kan de maker echter ook een Bredase zilversmid zijn geweest; vandaar dat het ook in het Bredase boek Zilver en zilversmeden (pg 68) is vermeld.

Schutterskraag
Een sieraad wat inmiddels al vele tongen heeft losgemaakt en alom bewondering trekt is de zilveren schutterskraag van het Sint Jorisgilde in Zevenbergen. De schutterkraag is na enkele omzwervingen nu eigendom van het Rijksmuseum, en is straks op de tentoonstelling in al zijn glorie te bewonderen. Ondanks dat dit absolute topstuk van meesterschap zelfs op het promotiemateriaal van de tentoonstelling wordt gebruikt, is er nog steeds discussie of deze nu in Breda dan wel Bergen op Zoom is gemaakt. Het speurwerk dat hier naar is gedaan, is een detective op zich, al komt er dan geen moord in voor.

Op dit verguld zilveren plaquette van 1534-1555 houdt de rechtse wildeman het oudst bekende stadswapen van Bergen op Zoom vast.

Het boeiende verhaal over de kraag is dermate omvangrijk, dat het is opgenomen in een apart artikel dat u ook op deze site vindt. Wel zij hier vermeld dat dit absolute topstuk van meesterschap alles te maken heeft met de familie Glymes, wat een Bergenaar genoeg zegt.

Bergse wapen in Florence
Speurneus Vanwesenbeeck trof enkele jaren geleden in museum Bargello te Florence een vergulde zilveren plaquette, aangeduid als ‘waarschijnlijk Duitse kunst’. In de 19e eeuw heeft ene Garrand dit voorwerp gekocht voor zijn verzameling. Later verhuisde hij naar Italië. Na zijn overlijden heeft zijn zoon de hele verzameling ondergebracht in dit museum, waaronder deze plaquette. ‘Duitse kunst’ bleek iets te kort door de bocht. Het bleek een plaquette van het schuttersgilde van de voetboog met op de rand twee wildemannen waarvan de linkse het wapen van Glymes, en de rechter het stadswapen van Bergen op Zoom (met de drie bergjes) vasthoudt. Het centrale veld vormt een weergave van de legende van Sint Joris, waarbij een arm van de patroonheilige uit de hemel reikt en de draak doodt. De zilvermerken geven aan dat het gaat om een plaquette die tussen 1534 en 1551 is gemaakt. Daarmee is het de oudste afbeelding van het Bergse stadswapen. Pogingen om dit eigenlijk onmisbare kunstvoorwerp naar de tentoonstelling te halen strandden helaas op de voorwaarden die het Italiaanse museum stelde.

Op het glas is naast het wapen van Maurits het Bergse stadswapen gegraveerd

Molenglas
Nog meer bijzondere kunstvoorwerpen toonde Vanwesenbeeck tijdens zijn lezing, zoals het zgn Molenglas, waar aan de onderzijde een zilveren windmolen is aangebracht die met een blaaspijpje aan het draaien wordt gebracht. Zolang de wieken draaien mag uit het glas worden gedronken. De kunst is natuurlijk om het in één keer te ledigen. Dit glas is een geschenk van de stad aan prins Maurits, waarvan de graveringen op het glas van getuigen.

De Klerk

Beloonpenningen in zilver en goud werden geslagen nadat de belegering in 1588 door Farnese (Alva) goed was afgelopen. De spreuk op deze beloonpenning is door een pleidooi van Fons Gieles opgenomen in het ‘wapen’ van de Geschiedkundige Kring. Deze beloonpenningen werden gemaakt door zilversmid Jan de Klerk, die woonde in De Sterre (Fortuinstraat 12). Toeval of niet, in dat pand is thans (tot 10 april 2017) een juwelier met dezelfde naam gevestigd.

De Sterre, Fortuinstraat 12 huisvest ten minste een tweede juwelier De Klerk.

Nog veel meer kunstvoorwerpen kwamen in de lezing voorbij. Allemaal de moeite waard om kennis van te nemen, met vaak een interessante historie. Al was het alleen maar omdat ze nog bestaan. Zilver werd immers vaak hergebruikt om nieuwe dingen te maken. Hoe boeiend ook, de opsomming vormde slechts een dwarsdoorsnede van de groots opgezette tentoonstelling Voorbij ijdelheid, zilver in en om Bergen op Zoom, die vanaf 20 mei van start gaat in het Markiezenhof.

Slechts enkele van de als Bergs zilver aan te merken kunstvoorwerpen konden in de lezing worden besproken. Hetgeen tot nog toe bekend is wordt met maar liefst 600 (kleuren)foto’s opgenomen en beschreven in het tegelijkertijd te verschijnen standaardwerk Zilver in en rond Bergen op Zoom. Hierover leest u meer in een andere publicatie op deze site.