Willem van Ham presenteert de beide kaarten ijdens de boekpresentatie in kasteel Bouvigne

Als gebruikelijk lokkertje bood de Geschiedkundige Kring op 11 april 2018 na de Algemene ledenvergadering (ALV) een interessante lezing. Waar in eerdere edities de zaal dan na de pauze verder volliep, bleef dit deze keer beperkt.  Slechts enkele personen die kennelijk geen behoefte hadden de ‘Staat van de Kring’ te vernemen, kwamen na de pauze het aantal aanwezigen vergroten. Hoe dan ook, zij die wegbleven hebben zeker wat gemist.
Onderwerp van de lezing was het onderzoek van Willem van Ham (oud-archivaris en erelid van de Kring) en Historisch geograaf Karel Leenders naar de zogenoemde Gastelse kaart uit 1565 en Mauritskaart van 1590. Dit onderzoek is onlangs verschenen in een boek ‘Polders in kaart’ dat beide onderzoekers een maand tevoren hadden gepresenteerd in kasteel Bouvigne. (waarom deze kaarten ‘Gastelse kaart’ en ‘Mauritskaart’  worden genoemd staat in het boek) Beide kaarten zijn de oudste gedetailleerde kaarten van het noordwestelijk deel van Noord Brabant. Dit gebied was na de vroegere turfwinning met bijbehorende bodemdaling een gemakkelijke prooi van de zee. Stormvloeden deden de rest en zo werd het gebied vrijwel onbewoonbaar. De zee (en aanliggende rivieren) brachten echter ook voortdurende nieuw sediment aan, waardoor aanslibbing de bodem verhoogde en een vruchtbaar schorren- en slikkengebied ontstond. Toen in de 16e eeuw plannen werden ontwikkeld om stukken van het gebied in te polderen, waren goede kaarten onmisbaar. Ofschoon de beide kaarten maar 30 jaren verschillen, is het verschil dramatisch te noemen. Het is boeiend om op deze kaarten de historie van eeuwen van deze kaarten af te kunnen lezen.
Eerdere pogingen
Al eerder was gepoogd om beide kaarten met een begeleidende tekst in druk te publiceren. Ook de Geschiedkundige Kring peilde in 2002 onder zijn leden de belangstelling daarvoor (zie Waterschans 2002-IV pg 4). Helaas liep ook deze poging na een nog eerdere toen op niets uit. Des te verheugender is het dat het nu dank zij sponsors (Waterschap Brabantse Delta, Provincie Noord Brabant en de Mastboom Brosens stichting) tóch gelukt is.
Bij het opnieuw redigeren van zijn eerdere studies realiseerde Willem van Ham zich dat het verhaal van deze kaarten nog verder kon worden verbreed. Karel Leenders bleek, als kennis van oudsher met zijn eendere belangstelling voor kaarten, bereid en in staat het onderzoek van Van Ham met de techniek die achter kaarten schuilgaat, nader aan te vullen. Het resultaat mag er zijn: beide kaarten op (nagenoeg) ware grootte plus een boek waarin de historie van beide kaarten en de ontwikkeling van het daarin weergegeven gebied gedetailleerd wordt beschreven.

Karel Leenders vertelt over de cartografie in vroeger eeuwen en de twee kaarten in het bijzonder

Bijzonder
Karel Leenders vertelde waarom deze kaarten zo bijzonder zijn. Omdat het bij kaarten in die tijd vooral om oriëntatie (reizen) ging, was het inmeten van het gebied minder gebruikelijk. Alleen verbindingen tussen steden en dorpen waren van belang. Het inmeten van het gebied is bij deze beide kaarten wel gebeurd, omdat hier de oppervlakten van aan te leggen polders bepaald moest worden. De betrouwbaarheid van afstanden is zelfs heel behoorlijk. Rekening moet worden gehouden  met het feit dat perkament als ‘levend materiaal’ van grootte en vorm verandert. Aardig is dan ook dat op de Gastelse kaart (1565) twee landmeters aan het werk zijn afgebeeld. Om u te laten ervaren hoe precieus de onderzoekers te werk gingen, verklappen we u niet wáár in de slikken u ze kunt vinden. Zoek naar de figuurtjes die boven dit artikel zijn afgebeeld. Succes! (toch een tip: ze staan op de Gastelse kaart en bedenk dat ze het in te polderen gebied aan het meten zijn)
De kaarten bevatten een schat aan interessante details voor wie er oog voor heeft. De auteurs hebben dit zeker, en laten ons als lezers meekijken. Leenders schetste een aantal van de vele voorbeelden uit het boek. Het voert te ver om ze hier alle te vermelden. Daarom een kleine greep uit de lezing:  Het dorp Ruigenhil blijkt getekend in een vorm waarvan betwijfeld wordt of het ooit zo ver is ontwikkeld. Het ontwerp van Willemstad zoals de kaart aangeeft is in werkelijkheid ook niet zo uitgevoerd. De Fijnaartse oude molen werd later gebouwd op een plek die op de kaart al was ingetekend met een (toen nog niet bestaande) molen. En zo kom je nog veel meer tegen in het boek.
Afgesneden
Een zaak die tijdens het onderzoek aanvankelijk vele hoofdbrekens opleverde was waarom de Gastelse (eerste) kaart op schuin gesneden vellen perkament was vastgelegd. Perkament, gemaakt van schapenhuiden, was immers duur en heeft (vanzelfsprekend) beperkte afmetingen. Te klein voor een complete kaart. De kaart bestaat (daarom) uit een aantal samengevoegde vellen, die aan de buitenrand schuin zijn afgesneden. Het waarom bleek verrassend in zijn eenvoud: Leenders toonde aan dat de kaart hetzelfde (onjuiste) noorden aanhoudt als de kaart van Zeeland van Jacob van Deventer (hieronder weergegeven). Later is de kaart waarschijnlijk alsnog op het juiste noorden gericht door stukken af te snijden. Wel wijst de kompasroos (parallel aan de naden tussen de vellen) nog steeds het foutieve noorden aan.

Beide auteurs signeren hun publicatie

In het terrein zijn ook verhogingen aanwezig die gebruikt werden als ‘vluchtheuvels’ voor hoogwater. Deze worden in zeeland ‘stellen’ genoemd, en hier ‘werven’. Tot hun verrassing ontdekten de auteurs zo een slotje, gebouwd door de familie Willekens (Amsterdammers verbonden aan de VOC) dat inmiddels is verdwenen. Het perceel waar dat slotje stond is nog steeds plm een halve meter hoger dan het omringende poldergebied. Daarmee is deze ‘werf’ archeologisch interessant. Meer details vindt u in het boek.
Boek met kaarten
In het korte tijdsbestek dat voor de lezing beschikbaar was regende het meer van dergelijke voorbeelden, die in het boek met een detail van de betreffende kaart er naast helder en duidelijk zijn beschreven. Bovendien zijn de beide kaarten bij het boek gevoegd. Het vormde voor velen een stimulans om het boek ter plekke aan te schaffen. De beide auteurs bleken bereid deze van hun signatuur te voorzien. Een prachtig uitgevoerde publicatie de met vele verduidelijkende detailkaartjes een gewild bezit vormt, zeker gezien de eigenlijke spotprijs die er voor wordt gevraagd. Het boek is (nog!) verkrijgbaar in de reguliere boekhandel: Quist, van der Kreek, Vermeulen Halsteren.
Leenders adviseerde zijn gehoor om vooral van deze uitgave te genieten door eerst de beide kaarten uit te vouwen, goed te bekijken en pas daarna het boek als een handleiding te gebruiken om de kaarten te ‘lezen’.
Een overzicht van de ‘palmares’ van Karel Leenders vindt u hier.

De kaart van Jacob van Deventer die als basis werd gebruikt voor de Gastelse kaart. (open in nieuw tabblad voor ware grootte)

Uw reactie?