Hofzaallezingen naar oktober (2020)

De commissie Hofzaallezingen meldt het volgende:
Vanwege de maatregelen rond het Coronavirus konden de laatste twee Hofzaallezingen niet meer doorgaan. Deze zijn nu verplaatst naar oktober van dit jaar.
Op dinsdagavond 6 oktober spreekt Joey Spijkers over ‘De confiscatie van Bergen op Zoom, 1567-1576’ en
op dinsdagavond 13 oktober spreekt Carine Sarvaas-Wytema over ‘Kwade tijden en vluchtelingen (in de 16e eeuw)’.
Deze lezingen waren al uitverkocht.

Vergelijkbare berichten

  • Lezing: The making of ‘De Slag om de Schelde’

    Zuidwest TV presentator Peter de Kok vertelde over de totstandkoming van de driedelige documentaire ‘De Slag om de Schelde’ die in de zomer van 2014 op ZuidWestTV werd uitgezonden. Deze documentaire is overigens nog steeds te bekijken.

  • Hofzaallezingen 2025

    De kaartverkoop voor de Hofzaallezingen is geopend. De cyclus is dit jaar op dinsdag 21 en 28 oktober en 4 november 2025.

  • Hofzaallezing 2017-II: Zilver in Bergen

    De tweede Hofzaallezing op 14 maart 2017 vormde een duidelijke prélude op de komende tentoonstelling Voorbij IJdelheid van 20 mei – 29 oktober 2017 en de publicatie van het boek Zilver in en om Bergen op Zoom. Een tentoonstelling van een regio- overstijgend belang en een boek dat een standaardwerk vormt over de welhaast vergeten zilvernijverheid in het markiezaat.

  • Hofzaallezing 2017-I: Handel en scheepvaart in de Scheldedelta

    De eerste Hofzaallezing van 2017 op 7maart besteedde aandacht aan de economische
    ontwikkelingen in de delta van de Schelde. De inleider van de avond, prof.dr. Peter Henderikx biedt met deze lezing een aanvulling op het standaardwerk ‘De geschiedenis van Zeeland’ uit 2012 waarin de steden Reimerswaal en Bergen op Zoom ontbreken, hetgeen hij als een lacune beschouwt.

  • Hofzaallezing 2013-I:Turf, het Bruine Goud

    Het westelijke en noordelijke deel van West Brabant, het huidige kleigebied, maakt deel uit van een veengebied dat zich uitstrekt van Noord-Frankrijk tot in Denemarken.
    Toen omstreeks 1250 het veen in (Zeeuws-)Vlaanderen was ontgonnen moesten de steden en kloosters uitzien naar nieuwe vindplaatsen en zij vonden die in West-Brabant, een dunbevolkt gebied met duizenden hectaren hoogveen.