Na fopkan nu ook fopglas

Enkele fopglazen in het nationaal glasmuseum

Het fenomeen fopkan is in Bergen op Zoom met de middeleeuwse pottenbakkerij wel bekend. Zo’n kan bevat technische grapjes waardoor je niet op een gebruikelijke wijze de inhoud kan uitschenken of drinken.
In Leerdam heeft het glasmuseum nu een glasverzameling met soortgelijke grapjes. Men noemt ze daar schertsglazen. Het is net zo leuk als de fopkan. Behalve dat de inhoud op onverwachte wijze zo’n glas verlaat, zijn er ook exemplaren die wat indiscrete geluiden kunnen produceren. Volop plezier op een boertig feestje, dunkt me.
Kijkt u voor meer informatie op deze pagina  Glas als ijsbreker. De tentoonstelling loopt van 1 april tot 1 november 2022.
U kunt voor een eerste kennismaking ook eens kijken op de NOS website, waar een verslaggever enkele glazen uitprobeert, en prompt een nat pak oploopt. En bekijkt u daar vooral het filmpje.

Vergelijkbare berichten

  • De handen uit de mouwen

    De Scherminckel vraagt vrijwilligers om een handje bij te steken bij het archeologisch onderzoek. Daarmee bedoelen ze u ook!

  • De dikke boom omgewaaid

    Hoe vluchtig het nieuws is, blijkt uit enkele artikelen over gebeurtenissen in de stad die vele Bergenaren onbekend zullen zijn. Er is nu een interessante mogelijkheid dergelijk nieuws uit de archieven op te diepen.

  • Ophalen ledengeschenk 2016

    Tijdens de verhuizing van de archiefbalie en -leeszaal kan het ledengeschenk worden afgehaald aan de ontvangstbalie van het museum.

  • Monumentenweekend 2016 groots geopend

    Op vrijdagavond opende Arjan van der Weegen het dertigste Bergse Monumentenweekend, waarbij de het kijk- en luisterkunstwerk ‘Die andere wereld’ van Ward Warmoeskerken een indrukwekkende invulling toonde van het thema Iconen en
    De eerste uitreiking van de Bergse Erfgoedprijs die bij deze gelegenheid plaatsvond wordt in een ander artikel beschreven.

  • Ballade van Jan van Glymes

    In het boek Jan IV van Bergen (pag 62-63) attendeert Joey Spijkers op deze ballade door Anton van Duinkerken en op het feit dat deze “een der schoonste balladen van den laatste halve eeuw” wordt genoemd. In het boek zijn (vanwege de zeggingskracht) alleen de eerste en laatste strofe weergegeven. Voor wie meer wil, is de ballade hier integraal weergegeven.