Heerenkamer – verslag

Een opname van de buitenzijde van de Herenkamer halverwege de vorige eeuw
Een opname van de buitenzijde van de Herenkamer halverwege de vorige eeuw

Achter het stadhuis staat een voor vele Bergenaren totaal onbekend gebouw, de Heerenkamer. Onbekend omdat het vanaf de Sint Annastraat niet kan worden gezien. Als tweede deel van de mini-excursie op 12 mei was dit dan ook zeer de moeite waard. De Heerenkamer staat samen met het archiefgebouw rond een binnenplaats die achter het stadhuis ligt. Samen herbergen ze de diverse kamers waarvan elke raadsfractie één ter beschikking heeft. De vierde zijde van dit pleintje wordt afgesloten met een muur waarin een poortopening is uitgespaard. Deze gaf destijds toegang tot een achtertuin en een pand aan de Korte Meestraat (waar in de jaren ‘50 de bibliotheek was gevestigd). Omstreeks de jaren ’70 is daar toen een uitbreiding van het stadhuis met er onder een atoombomvrije kelder aangelegd. Thans omgevormd tot appartementencomplex.
De Heerenkamer is omstreeks 1639 tot stand gekomen. In dat jaar wordt immers de zgn ‘nieuwe heerencamer’ vermeld omdat er transportkosten gemaakt zijn voor de daarin verwerkte zuilen en kapitelen. De ruimte in het stadhuis werd te klein voor de aanwezige administratie en de burgemeester had behoefte aan een kamer waar hij onge(st/h)oord kon werken en overleggen. Alleen een boosaardige geest zal hieruit besluiten dat door dit bouwwerk  de term achterkamertjespolitiek is ontstaan.

De bedoelde zuilen ondersteunen de draagbalken en de gevel aan de zijde van het binnenpleintje. De gevel rust op drie gemetselde boogjes die op de kapitelen staan. Zo werd bij de bouw daardoor de begane grond vrij gehouden. De allure van de galerij als die op de binnenplaats van het Markiezenhof haalt dit bouwwerk echter bij lange na niet. Mogelijk uit kostenoogpunt waren de zuilen en kapitelen uit een kennelijke sloop betrokken. Aan de vorm van zuilen en kapitelen is te zien dat deze eerder in een muur hebben gestaan, en niet helemaal passen in de huidige plek. Ze zijn dus eigenlijk tweedehands, of zeg maar gerecycled. De balklagen zijn als 15e eeuws te dateren. Bij latere verbouwingen is het gebouw met weinig aandacht voor het toch al niet luxueuze uiterlijk ontsierd. In de achttiende eeuw werd als eerste de galerij dichtgemetseld om zo extra ruimte te creëren. De vensters in de gevel waren oorspronkelijk lager, zgn kruisvensters. In de 19e eeuw zijn ze verhoogd om mogelijk een betere lichtinval te bereiken.

Een kleurig kopje kijkt op de vergaderden neer

Bij binnenkomst blijkt weinig te zien van het historische bouwsel; het ziet er uit als een rommelige, gedateerde kantoorruimte met een wat onpraktische indeling. Wel zijn de balken van de draagvloeren zichtbaar, en beneden zelfs op een bedenkelijke hoogte….
Zeer verrassend in het interieur zijn de fraai gebeeldhouwde sleutelstukken die onder de draagbalken net uit de muur steken. Allemaal verschillende kopjes en nog van kleuren voorzien ook.
De zolder is thans alleen via een wat wankele ladder bereikbaar. Toch werd deze ruimte in het verleden als archiefruimte gebruikt. Of er toen ook al duiven vrij in en uit konden vliegen is niet bekend.
Dit monumentale gebouw met zijn wat merkwaardige ontstaansgeschiedenis en uiterlijk verdient beter dan als het lelijke eendje beschouwd te worden. Daar wordt vanaf het najaar overigens iets aan gedaan. Op dat moment wordt namelijk gestart met een grondige ‘opknapbeurt’ waarbij de huidige hokjes en kamertjes gaan verdwijnen om plaats te maken voor fraaie en representatieve vergaderruimten. Ook de zolder wordt toegankelijk gemaakt en krijgt een overeenkomstige functie. De raadsfracties verliezen daarmee wel de ‘eigen’ fractiekamer; zij kunnen naar behoefte straks een ruimte voor gebruik reserveren. Het gebouw wordt daarmee een stuk efficiënter gebruikt, wat de waardering er voor alleen maar kan doen toenemen. Jammer is wel dat de huidige benedenverdieping, die eigenlijk een dichtgemetselde galerij is, gesloten zal blijven. De Vereniging Binnenstad heeft hiervoor in juni 2011 een lans gebroken bij het college. Zie BNdeStem 21 juni 2011
Het resultaat van de herstelwerkzaamheden zijn te bekijken op de website van Weyts architecten.
Voor wie nog eens op de binnenplaats wil kijken waaraan de Heerenkamer is gelegen, klikt op deze link

De afbeelding geeft enigszins de hoogte van de zolder weer

AvL

Op de zolder is warempel een datumsteen aangebracht met vermelding 18-9-1643; daarboven nog een datum uit 1919

Vergelijkbare berichten

  • Lezing “Vorst en Volk” – verslag

    In het kader van de Maand van de Geschiedenis hield prof. dr. Herman Pleij een lezing voor de leden van de Geschiedkundige kring over de relatie tussen het Nederlandse volk en zijn vorst(en).

  • Stadsexcursie Archeologisch Depot

    Op zaterdag 20 april wordt samen met Stichting In Den Scherminckel een stadsexcursie georganiseerd. naar het archeologisch depot.

  • BRIE excursie “Leer en Logistiek in de 20e eeuw”

    Op woensdag 1 oktober 2014 organiseert de Stichting Brabants Industrieel Erfgoed een excursie naar de voormalige Koninklijke Verenigde Lederfabriek te Oisterwijk en naar de Moerputtenbrug in ‘s-Hertogenbosch. De voormalige leerfabriek was ooit de grootste leerlooierij van Europa. Omdat de Langstraatspoorlijn van ’s-Hertogenbosch naar Lage Zwaluwe door het natte laagveengebied van de Moerputten liep werden er twee bruggen, waaronder de Moerputtenbrug, gebouwd.

  • Een paardenstal aan de Hoogstraat – verslag

    Het bericht dat het huis Jeruzalem, ofwel ‘het huis van Asselbergs’ met een excursie bezocht kon worden, leidde tot een run op de aanmeldingsadressen. Op deze zondagochtend 12 mei 2013 was er dan ook een opvallende oploop van belangstellenden in de Hoogstraat voor nummer 15. Het bezoek was dan ook de moeite waard. En aansluitend kon men nog naar de Heerenkamer, en minstens zo interessant gebouw.

  • Vrijwilligers naar Vrederust

    De vrijwilligers die er niet bij waren hebben zeker iets gemist. De rondleiding was een overvloed aan informatie over het instituut Vrederust

  • Wilhelmietenmuseum Huijbergen

    De actieve leden van de Geschiedkundige Kring, ‘vrijwilligers’ wordt jaarlijks een bedankje aangeboden. Tegenwoordig is dat in de vorm van een educatief uitstapje, dat uiteraard aansluit bij het werkgebied van de Kring.