Erik de Jonge in ‘werk-kleding’ heeft geen aantekeningen nodig.

Vergeet het jagershoedje met het veertje en de bruine manchester broek. In de tweede hofzaallezing op 19 maart 2019 rekende Erik de Jonge meer dan af met dit traditionele beeld van de boswachter.  Uit de losse pols vertelde hij over zijn werkgebied, de bewoners ervan (flora en fauna), maar ook wat dit gebied bedreigt. Zijn boeiend verhaal illustreert hij met prachtige eigen natuurfoto’s.
Brabantse Wal
De Jonge beschrijft de Brabantse Wal als een uniek gebied, waarin alle mogelijke landschappen vlak bij elkaar liggen. ‘Nederland in het klein’   noemt hij het. Want waar vind je zó naast elkaar zand- en kleigronden, veenplassen, kreken en schorren, steppevelden, moeras, beekdalen, zand, watergebieden, loof- en naaldbossen? De steilrand van de Brabantse Wal zorgt voor een enorme diversiteit aan planten en vogels, zoogdieren, insecten en reptielen. Van alles vindt hier wel zijn biotoop. Kijk maar eens op de website van de boswachterij.
Landgoederen
Het gebied is mede het resultaat van een groot aantal in het verleden gestichte landgoederen, waarvan Mattemburg in het beekdal de Blaffert misschien wel de bekendste is. Maar ook Lindonk, Zoomland, de Vinkenberg, Groot Molenbeek, Wouwse Plantage, nog meer maken hier deel van uit van het bezit van Brabants Landschap. Op de grens tussen Zeeland en Brabant is na de aanleg van het Schelde-Rijnkanaal in het vroegere slikkengebied het Markiezaatsmeer ontstaan, dat van zoute slikken veranderde in een zoetwatergebied met een enorme rijkdom aan watervogels. Van andere eigenaren vinden we noordelijk van de Brabantse Wal Dassenberg, Goeree en Padmos. Aan de zuidkant mogen we de Moretusbossen en het grenspark Kalmthoutse heide niet vergeten; deze zijn (tot aan de grens) van Staatsbosbeheer. Alles bij elkaar vormt een prachtig natuurgebied waarin het goed toeven is.
De in de vroegere landgoederen aangelegde lanen en diversiteit aan bossen zijn nog steeds aanwezig. De lanen vormen mede door de leeftijd van de bomen een prachtig biotoop voor spechten, boommarters en uilen.

Het bloemperk voor de villa Mattemburg wordt ieder jaar met dezelfde vetplanten in een amdere opstelling ingeplant

De Wouwse Plantage,  de oudste boswachterij van Nederland is vanaf 1574 aangelegd door de Wilhelmieten in Huybergen nadat het veen uit het gebied als turf was gewonnen. Het oudste bosreservaat is echter dat van Mattemburg, waar op dit moment al 133 jaar niet is ingegrepen in de ontwikkeling van bomen en planten. Hier komen onder meer mossoorten voor die in heel Nederland verder niet voorkomen. Het betreft hier het gebied aan de oostzijde van de snelweg. Tijdens de tweede wereldoorlog heeft de Duitse bezetter daar wel gekapt om schuilplaatsen en bunkers bij het vliegveld Woensdrecht te maken. En wist u trouwens dat de daling van de snelweg vlak voor de villa Mattemburg een van de voorwaarden van ‘het gravinneke’ de Chambure-Cuypers was om deze verbinding door de bossen van Mattemburg aan te leggen? Zij wilde absoluut het zich op haar bossen niet verloren laten gaan. Passanten danken er omgekeerd een fraaie onderbreking in het traject naar Zeeland aan.
Beheer thans
Het beheer van het gebied door Brabants Landschap is gericht op behoud van het leefgebied voor de aanwezige fauna. Stuifzanden worden in stand gehouden omdat ze anders geleidelijk dichtgroeien met heide en bomen. De moerassen zoals Zeezuiper vormen nog maar een klein deel van de vroegere omvang, nadat het veen werd afgegraven. In het verleden werd het water van dergelijke vennen gebruikt voor het deel van de waterlinie tussen de stad Bergen op Zoom en Fort de Roovere.
Mattemburg is een prachtig landgoed, dat de laatste jaren helemaal (behalve de tuinmuren, die komen nog) is gerestaureerd. De straalvormig aangelegde lanen bieden vanuit de theekoepel verrassende doorkijkjes in alle richtingen.  De daar onder gelegen ijskelder is omgetoverd tot verblijfplaats voor vleermuizen.
Het enthousiasme van de boswachter werkt aanstekelijk op zijn publiek. Mede omdat hij zijn betoog rijkelijk doorspekt met foto’s die hij als vaardig wildlife-fotograaf in het gebied maakt. Prachtige plaatjes, waarvan enkele te zien zijn in de tentoonstelling Lage Landen (thema ‘Aarde’) in het Markiezenhof (16 febr – 10 juni 2019).

Ree met geveegd gewei

Fauna diversiteit
De Jonge toont foto’s van zogenaamde ‘dwaalgasten’ als de Hop, een vogel die in Spanje huist en hier even op bezoek is, en de nachtzwaluw, verdwenen uit Nederland maar hier weer te zien. Bepaald trots is hij op de kolonie lepelaars die 25 jaar geleden begon met een broedpaar op een eilandje in het Markiezaatsmeer, en thans 200 broedparen omvat. De zeearend, de ‘vliegende deur’, met een spanwijdte van 2½ meter een enorme vogel die nergens in Nederland nog voorkomt, maar hier zijn er drie waar te nemen. Omdat daarbij een koppel is, hoopt hij dat ze hier een nest gaan bouwen.
Bekend zijn natuurlijk de mantelmeeuwen en ganzen. Maar er gaat een zucht (oooch…) door de zaal als De Jonge een foto van een ganzenkuiken toont, dat zijn moeder even kwijt is. Kort na de foto werd het kuikentje gepakt door een mantelmeeuw als voedsel voor zijn jongen (aaach). Ja, de natuur is onverbiddellijk.

Reintje mist zijn lekkere hapje

Om de open plekken in het gebied open te houden worden runderen en paarden ingezet, die naarmate de begroeiing qua aantallen worden uitgebreid of verminderd.
Foto’s van hermelijn en wezel komen voorbij, die volgens De Jonge jagen als een leeuw.
Ook vossen komen veel voor op de Brabantse Wal, al zie je ze zelden. Maar zij zien jou wel. Een foto waarop een ree met haar jong te zien is, blijkt na uitvergroting ook nog een vos te bevatten, die nauwelijks zichtbaar in een begroeide rand op zijn kans loert.
Een foto van een haas die op enkele meters van de camera staat, omdat de ervaren fotograaf weet dat ie doodstil moet blijven zitten, en de haas zijn  geur inmiddels kent. Als uitgerekend dan zijn telefoon afgaat, vlucht de haas. Pal in de richting van een vos die je pas ziet als hij opspringt, maar net misgrijpt. De haas ontspringt de dans. Gelukkig hebben de we foto’s nog…

Vossenwelpjes zijn n og niet schuw

Vossenwelpjes, die pas uit het nest komen als ze na enkele weken behaard zijn en totaal niet schuw zijn. Ze worden door moeder opgevoed voor de jacht doordat deze haar buit bij het nest neerlegt. De welpen denken als ze buiten komen dat ze zelf een vangst gedaan hebben. Zodra ze mee op jacht gaan worden ze ook schuw en zie je ze nauwelijks.
Reeën kent de boswachter zelfs bij naam, ook al zij het er inmiddels veel. Hij noemt er een paar: de ‘Zevenender’ die elk jaar een gewei met zeven zijtakken ontwikkelt. Een sterke bok die voor veel nageslacht heet gezorgd. Toen De Jonge van een vakantie terugkwam, miste hij dit indrukwekkende beest. Een zoekactie leverde op dat hij kennelijk in een bronstgevecht in de schedel gewond is geraakt, en daaraan is doodgegaan.

De ‘Pendelbok’

De ‘Pendelbok’ heeft zijn gewei tijdens zo’n gevecht ook ooit gebroken aan de zgn rozenstok; de basis waaruit elk jaar en nieuw gewei groeit. Dat nieuwe gewei staat ook asymmetrisch op de kop.
De ‘Kameel’, een ree met een afwijking waardoor hij een hoge bolle rug heeft, blijft gewoon bij de kudde grazen.
Het ‘Cow-bokje’ is een jonge ree die zich prima vermaakte met de koeien (cows) in de wei, en daar bij bleef. Hij werd zelfs gelikt door de koeien. In het programma Vroege vogels werd er aandacht aan besteed. (bekijk vooral het filmpje onderaan het bericht) Toen de koeien in het najaar op stal gingen keerde het kauwbokje terug naar zijn soortgenoten, en was onmiddellijk even schuw als de rest van de kudde.
Het maaien van gras vergt extra zorg. Reekalfjes verbergen zich in het hoge gras in afwachting van terugkomst van de moeder, en omdat ze reukloos zijn zelfs niet ontdekt worden door langslopende vossen (De Jonge toont hiervan een foto).  Ze zouden zomaar in de maaimachine terecht komen. Ze worden daarom vooraf opgespoord. Drones kunnen met infraroodcamera’s de kalfjes succesvol ontdekken, maar de nabijheid van het vliegveld strooit roet in het eten: in dit gebied mag geen drone worden gebruikt. Dan rest slechts het ‘oude handwerk’: zoeken met inzicht, waarbij ‘collega en maatje’,  zijn jachthond goede diensten bewijst.

De Zonnedauw vangt insecten met de kleverige druppeltjes en consumeert ze vervolgens

Dieren gaan ook dood; door de snelweg of gewoon in de natuur. Dank zij  het project ‘Dood doet leven’ zijn ook deze dode dieren nuttig. De kadavers worden neergelegd in het gebied, waar ze dienen als voedsel voor aaseters, maar ook kevers en wormen maken er gebruik van. Vogels gebruiken de haren voor de bouw van hun nest, en paarden eten de (eiwitrijke) manen van een ree. Zo wordt alles hergebruikt.

De vloed aan mooie plaatjes wisselt De Jonge af met minstens zo fascinerende beelden van spinnenwebben, padden, vlinders, insecten die de zon opzoeken om op te warmen, de zonnedauw, een vleesetend plantje. Voor de fotografie-adepten toont hij enkele macrofoto’s die bijvoorbeeld een detail van een vleugel van een (dode) ijsvogel of een stukje van een veer blijken te zijn.  Of een tijgerspin op beeldvullend formaat.
Prachtige plaatjes, waarvan je op zijn eigen website nog veel meer kunt zien. OM dergelijke plaatjes te maken gebruikt De Jonge schuilhutten als bovenaan dit artikel, maar ook andere methoden.
Ook van dit kleine leven herbergt de Brabantse Wal bijzondere soorten; zo blijkt hier een bijzondere populatie aan Phegea-vlinders te huizen, de meest westelijk en noordelijk gelegen locatie van deze soort. Vleermuizen van allerlei soort zijn er te vinden; daarvoor heeft Brabants Landschap een oude steenfabriek  bij het vliegveld gekocht, en door het insluiten en afdekken met grond, behalve enkele smalle vlieggleuven is een geweldige overwinteringsplaats voor de soort ontstaan.

Landelijke bekendheid kreeg De Jonge met deze tweet

Keerzijde
Na de pauze liet de boswachter ook een keerzijde van de medaille zien. In het kort gezegd staat het natuurschoon onder druk. Daarvoor zijn vele factoren als oorzaken aan te wijzen.

  • Een specifiek probleem in dit gebied is de verdroging, die ontstaat door besproeiing van landbouwarealen, waardoor water niet in de onderliggende lagen doordringt en drinkwaterwinning.
  • Infrastructuur zoals hoogspanningsleidingen zijn een rechtstreekse bedreiging voor vogels. Met trots vermeld De Jonge dat de nieuw aan te leggen 380 kV leiding over 10 km langs de Brabantse Wal ondergronds wordt aangelegd. Daarbij wordt de bestaande 150 kV leiding naarZeeland eveneens meegenomen. Een gedeelte bij Zoomland is nog onderdeel van een stevige discussie.
  • Defensie met zijn activiteiten in de omgeving houdt wel rekening met het broedseizoen, maar is er oorzaak van dat vogels in de winter de lucht in gaan, wat ze veel energie kost, dat ze met de dan bestaande voedselschaarste niet kunnen missen.
  • De industrie van vooral het Antwerpse havengebied benadeelt de waterkwaliteit door neerslag van stof en stikstof uit de lucht.
  • Bebouwing (te) dicht bij natuurgebieden verstoort de rust door beweging, geluid en lichtvervuiling.
  • Wegen dwars door gebieden als Buitenlust spreken voor zich. Overigens zijn reptielentunnels onder de snelwegen door weinig effectief, vooral niet als ze vol water staan. Wat wel werkt is een verbinding over het viaduct ter hoogte van de oorlogsbegraafplaatsen (Gareelweg).  De Jonge hoopt dat er ooit een echt wildviaduct komt, dat met een breedte van pakweg twintig meter een prima verbinding tussen natuurgebieden zou vormen.

Bezoekers
Ofschoon welkom, brengen bezoekers (soms) ook nadelen mee. Om een aantal daarvan te noemen: wildkamperen, metaaldetectoren op zoek naar oorlogstuig, motorcrossers die vaak zelfs een gevaar voor andere bezoekers vormen door de hoge snelheden, stroperij met strikken, wapens en honden, visstroperij, en vooral niet te vergeten illegale dumpingen van bouwafval en drugsgerelateerd afval. Dat zijn de boswachters meer dan zat.
Het opruimen ervan kost vele tonnen per jaar, die niet meer beschikbaar is voor het reguliere beheer van het gebied. Terwijl de lezing plaatshad, werd een nieuwe storting gepleegd, die de volgende dag werd ontdekt en door de Jonge weer op Twitter werd gezet.

Als ambassadeur beantwoord je ook de vragen van een aandachtig gehoor

Tenslotte
Voor de mens is de Brabantse Wal een geweldig recreatiegebied om te genieten en te leren, maar vooral om zuinig op te zijn. De foto’s die tijdens de presentatie voorbij komen maken nogmaals duidelijk dat je als natuurliefhebber niet ver weg hoeft om bijzondere dieren en  oogstrelende uitzichten te zien. Gewoon hier, om de hoek van je eigen thuis.
O ja, de hond loslaten in het bos is bepaald geen goed idee. Niet alleen omdat het een boete oplevert. Dat helpt slechts om het af te leren. Wat de mens als recreatiegebied ziet, is het woongebied van veel wild, dat door honden uit het leefgebied wordt gejaagd, wat uiteindelijk veel slachtoffers veroorzaakt.
Meer horen van Erik de Jonge? Kijk op zijn Twitteraccount of op zijn website natuurfotografie

One thought on “Hofzaallezing 2019-II : met de boswachter mee

  1. Ad Weijdt

    Mijn complimenten voor deze zeer volledige weergave van het verhaal dat ik met veel plezier heb aangehoord. Eric is een natuurtalent als aankomt op het overbrengen van zijn belangrijke boodschap en het is geweldig dat dit enthousiasme maar ook de duidelijkheid over de andere kanten van het verhaal zo goed is vastgelegd.

Uw reactie?