Ontvangst in Orangerie

De Geschiedkundige Kring besteedt aandacht aan het verleden, maar heeft desondanks oog voor heden en toekomst. Daarom was er op 6 oktober 2012 een bijeenkomst voor alle vrijwilligers die een steentje aan het functioneren van de Kring bijdragen. En dat zijn er heel wat. Behalve in het bestuur van de Kring zijn er leden actief in werkgroepen, de School voor Geschiedenis en in redacties van Waterschans en de website.
De vrijwilligers werden ontvangen in de orangerie van het landgoed Mattemburg. Er stond een wandeling over het landgoed op het programma. Twee van gidsen van Brabants Landschap leidden de deelnemers in twee groepen rond. Dat bleek leerzaam, omdat deze gidsen op allerlei details attendeerden en iets over de historie van het landgoed vertelden. Je ziet dan zoveel méér. Het landgoed Mattemburg omvat alles wat een landgoed tot een buitenplaats bestempelt: een (groot) landhuis, tuinen, beelden, muren, bruggetjes, boomsoorten, koetshuis, personeelswoningen, plantenkwekerij, orangerie en omliggende bossen en polders. Het landgoed is ontstaan door de aankoop sedert het begin van de 19e eeuw van aaneen liggende eigendommen door P. Cuypers, de toenmalige burgemeester van Bergen op Zoom. Het landhuis werd overigens pas na zijn overlijden gesticht in 1847 door zijn weduwe Maria van Mattemburg [1].

Ontwikkeling

Het valt eigenlijk pas op dat het landhuis van de weg is af gekeerd, als je er op wordt geattendeerd  dat de ingang van het gebouw met monumentale trap zich aan de andere kant bevindt. Het buitenhuis werd overigens al na 5 jaar aanzienlijk vergroot door uitbouw aan beide zijden en de van de weg afgekeerde zijde. De terugspringende geveldelen  markeren deze uitbouw. De zonnige serre aan de zijkant is in 1878 toegevoegd. Omdat het huis nog steeds wordt bewoond is het niet zomaar toegankelijk. We moeten het voor wat betreft het interieur dus met foto’s doen. De kleur van de buitengevel is oorspronkelijk iets groener geweest. Dat dit de kleur van oudsher was, werd bewezen door het feit dat bij het afsteken van de verflaag zelfs nog paardenharen (van de toe gebruikte koetspaarden) in de onderste laag werden aangetroffen. De huidige kleur wit met grijze accenten wordt overigens door velen als juister beschouwd.

Versterkt perspectief door verkleining in de verte

De orangerie dateert van 1860, en was oorspronkelijk voorzien van een pannendak. Het glazen dak dat er nu op ligt, maakt het interieur tot een zeer licht geheel. De planten  waarvoor de orangerie werd gebouwd,  overwinteren tegenwoordig echter elders; niet eens op het landgoed, maar in kassen. De fraaie Franse tuin vóór de orangerie versmalt naar achter toe om daarmee het perspectief te versterken. De tuin lijkt daardoor dieper dan hij in feite is. De (nog steeds originele) langs het grasveld staande bloembakken zijn dienovereenkomstig ook van een aflopende grootte. Enkele bakken staan op dit seizoen echter niet op de juiste plaats in de twee rijen. Dat valt dan ook op. De in de bloembakken staande boompjes zijn behoorlijk oud, sommige vertonen zelfs sporen van het hevige oorlogsgeweld van 1944. Zo steekt in één boompje nog een granaatscherf, en is een andere met cement in de beschadigde stam alsnog gered. Het landgoed heeft overigens veel meer schade opgelopen in de oorlogsjaren, mede omdat het landgoed  langs de weg naar Antwerpen en Vlissingen ligt, en tevens het vliegveld Woensdrecht dichtbij weet. In het bedoelde boekje  is hier meer over te lezen.

Volksverhalen

Over de familie Cuypers gaan overigens nogal wat anekdotes die betrekking hebben op de kennelijke zuinigheid van de eigenaren. Zo werden de bomen in de Franse en Engelse tuin tot in lengte van jaren met de hand gesnoeid door de twee tuinlieden. Ze waren immers toch in dienst, en machines kosten maar geld en energie. Toen deze bomen bij afwezigheid van de eigenaresse Marie Cuypers (kleindochter van Pierre) toch machinaal werden gesnoeid, zou zij dit bij terugkomst aan het grotere elektriciteitsverbruik gemerkt hebben. Meerdere aanwezigen kenden overigens nog een liedje uit begin 20e eeuw dat plagend werd gezongen als er een Cuypers in de stad was: “Lelietjes van Dalen, waar zullen we ze halen? In de Cuypers’ bossen, daar groeien ze met trossen!”. Het was namelijk absoluut niet toegestaan om ook maar iets uit die bossen mee te nemen, of ze ook maar te betreden.

Zo zou een op het terrein wonende tuinman zijn ontslagen omdat hij in plaats van sprokkelhout, gebruik gemaakt had van de voor de plantenkas bestemde briketten om zijn kachel  ‘s nachts smeulend te houden. Dat werd vanuit het huis gezien aan de kleur van de rook uit de schoorsteen….. Uit eigen overlevering ken ik het verhaal dat Cuypers op de dag dat de pacht door de boeren vernieuwd moest worden zitting hield in een café en daarbij zijn eigen boterhammen en koffie meebracht. En zo zullen er vast nog meer, meest niet meer controleerbare,  verhalen zijn[2].

Inrichting van de tuinen

Tegen een muur langs de plantenkwekerij zijn de grafstenen van de stichters van het landgoed aangebracht. Zij werden overigens begraven in het familiegraf dat zich op de begraafplaats in Huijbergen bevindt[3].

Het bloemperk wordt ieder jaar met dezelfde vetplanten in een amdere opstelling ingeplant

De langs de weg liggende tuin was vroeger overigens nog wat dieper, want bij de aanleg van de autosnelweg werd de Antwerpsestraatweg iets naar het huis toe verlegd. Ten koste van de eerder ruimschoots aanwezige rododendrons aan de linker en rechterzijde. Wat nu nog rest is slechts een klein deel van wat er was.  Wat wel is gebleven is het centraal voor het huis liggende perk, dat als een barokke taart midden in het grasveld met wandelpaden ligt. Elk jaar weer wordt het met (dezelfde) vetplanten in een andere rangschikking ingeplant. Deze traditie wordt nog steeds voortgezet.

De tuin aan de andere zijde van het huis is vanaf de weg maar deels zichtbaar. Wel te zien is het theekoepeltje, dat op een aangelegde heuvel, waarin de ijskelder staat. Deze kelder werd gebruikt om zelfs tot in de zomer over ijs te kunnen beschikken.  Hij wordt nu bewoond door  vleermuizen.

Het theekoepeltje is achthoekig, waarbij in elke wand een venster is aangebracht, dat uitkijkt over de tuinen en over de polders door in de bossen uitgespaarde lanen. Een indruk van het uitzicht vanuit het theekoepeltje vindt u hier.

De Engelse tuin met de vijver, het theekoepeltje en het monumentje met zwanen

Ook het chinees aandoende hoge boogbruggetje is te zien vanaf de weg, maar is op dit moment voor restauratie verwijderd. Het bruggetje ligt normaliter over de meanderende vijver,die wordt gevoed door het beekje de Blaffert dat vanuit de bossen water aanvoert. Een tweede bruggetje is opgebouwd met rotsmuurtjes.

Zwanen

De vijver zelf is van oudsher de woonplaats van een koppel zwarte zwanen. Zwanen zijn monogame dieren en blijven hun leven lang bij elkaar. Als een van de twee omkomt is dat dan ook vaak desastreus voor de achterblijvende. De aanwezigheid van deze zwanen is karakteristiek voor het landgoed.  De kleindochter Maria Cuypers was gehuwd met graaf Pelletier de Chambure. Dit huwelijk bleef kinderloos. Na haar overlijden is het huis met bijbehorende landerijen en bossen in handen van Brabants Landschap overgegaan.

Een koppel zwarte zwanen behoort tot de vaste bewoners

Het huis kent sedert 1985 een nieuwe bewoner. Bij het overlijden van diens echtgenote bleef hij alleen achter in het huis. Ter nagedachtenis aan zijn echtgenote heeft hij de bovenvermelde zwanen in een monument weer laten geven. Eén zwaan vliegt weg terwijl de andere vleugelslaand achterblijft. Het beeld geeft uitdrukking  aan het onherstelbare verlies wat haar overlijden voor de achterblijvende echtgenoot betekende. Dit monument staat in een plantsoen direct voor de ingang van het huis.

Nog veel meer wetenswaardigheden over het landgoed zouden hier opgesomd kunnen worden, maar beter is het wanneer u eens deelneemt aan een rondleiding door de gidsen van Brabants Landschap. Meer informatie: Bezoekerscentrum de Kraaijenberg, Bergen op Zoom.

AvL 20121110


[1]     Voor meer info over het landgoed,  zie “De Mattemburgh: een landgoed en zijn bewoners”, door W.A. van Ham, publicatie  nr 65 van het Archivariaat  Nassau-Brabant, 1985, en ook http://nl.wikipedia.org/wiki/Mattemburgh

 

[2]     Ibidem 1, inleiding: Omdat men in overdreven zorg voor de persoonlijke gegevens een al te grondige opruiming in de privé-papieren is gehouden is van de levensgeschiedenis van Marie Louise Cuypers en haar echtgenoot, Graaf Jacques de Chambure niet veel documentatie over. Dit gaf ruim baan aan legende en mythevorming, zo niet roddel en achterklap. Dat doet echter aan de geschiedenis van dit echtpaar geen recht. In het bijzonder blijven de persoonlijkheid en verdiensten van Jacques de Chambure, een man van betekenis in dienst van zijn vaderland en van de Franse gemeenschap in ons land, op een treurige wijze in de schaduw.

[3]     mogelijk is Huijbergen als plaats voor het familiegraf ook uit zuinigheid gekozen; de begrafenisrechten leidden in Bergen op Zoom destijds tot nogal wat commotie onder het katholieke bevolkingsdeel, omdat deze rechten uitsluitend ten goede kwamen aan de (hervormde) grote kerk. Zie ook “Om de vruchten van Gods Berg”, C.M. de Mooij, hfdstk IV

 

Uw reactie?