Een sieraad wat inmiddels al vele tongen heeft losgemaakt en alom bewondering trekt is de zilveren schutterskraag van het Sint Jorisgilde in Zevenbergen. Een gilde van de voetboog had altijd Sint Joris als patroonheilige. De schutterkraag is na enkele omzwervingen nu eigendom van het Rijksmuseum, en is straks op de tentoonstelling in al zijn glorie te bewonderen. Het sieraad is gesmeed uit zilver en is deels verguld en geëmailleerd. Het is versierd met Sint Joris (de patroonheilige van de schutters van de voetboog) en de draak. Het prinsesje dat door tussenkomst van sint Joris aan de draak ontsnapt is eveneens afgebeeld. Zeven konijnenbergen verbeelden de naam Zevenbergen. De overige symbolen laten zien wat de taak van de schutterij was: verdediging van kerk en staat. De eikenbladeren symboliseren ‘standvastigheid in het geloof’, de vogels staan voor ‘trouw aan kerk en staat’.
Ondanks dat dit absolute topstuk van meesterschap zelfs op het promotiemateriaal van de tentoonstelling ‘Voorbij IJdelheid’ wordt gebruikt, is er nog steeds discussie of het nu in Breda dan wel Bergen op Zoom is gemaakt. Het speurwerk dat hier naar is gedaan, vormt een thriller op zich, al komt er dan geen moord in voor.

Toch maar een oud stuk
De ringkraag is destijds gemaakt voor het Sint Jorisgilde van Zevenbergen, te dragen door de schutterskoning. Het betreft een nauwelijks te overtreffen meesterstuk voorzien van zilveren eikenblaadjes waartussen fabeldieren en vogels, wapens op de verbindende scharnieren en een vergulde weergave van de legende van Sint Joris en de draak, wat eigenlijk een verbeelding is van de bestrijding van het heidendom.
Volgens de beschrijving van het Rijksmuseum, de huidige eigenaar, is de keten gemaakt tussen 1520 en 1541 door een onbekende Bredase zilversmid. Zo is het ook vermeld in het boek Zilver en zilversmeden in de baronie van Breda, pg 71. In 1873 besluit dit gilde de ‘zilveren ridderkraag in een foudraal’ als zijnde ‘toch een oud stuk’ te verkopen. De verwachte opbrengst van ƒ 15.000.-. wordt niet gehaald; op 1 september 1874 wordt de kraag verkocht voor ƒ 5.500.-. aan S. Josephus Jitta te Amsterdam. (Dit bedrag zou thans ongeveer € 56.000 zijn). Opmerkelijk is de vermelding in het Bredase zilverboek dat de opbrengst ‘na veel strubbelingen onder de gildenleden verdeeld wordt’. (zie ook BNdeStem)
Jitta verkoopt de kraag bijna onmiddellijk door aan de familie Rotschild voor een onbekend bedrag. Die neemt het op in de collectie De Rotschild te Parijs. Daar verblijft het gedurende meer dan een eeuw. Toch is het kunstvoorwerp op 18 november 2014 (met steun van een particulier) voor een bedrag van € 300.000.-. in bezit gekomen van het Rijksmuseum.

Het briefje waarop de verkoop is vastgelegd

Speurtocht
Vanaf dat moment begint het detectivewerk waar Vanwesenbeeck smakelijk over vertelt.
Er is namelijk al langer discussie over de plaats waar deze kraag gemaakt zou zijn. (zie ook nieuwsbrief 5 van BoZilver)
De kraag is onder meer voorzien van het wapen van Zevenbergen en van Cornelis van Bergen (1490-1560), de kleinzoon van de bekende Jan II van Glymes, heer van Bergen op Zoom, ook wel ‘Jan Metten Lippen’ genoemd. Cornelis heeft in 1544 zijn functie van prins-bisschop van Luik opgegeven en keerde terug naar Zevenbergen. In 1544 is hij betrokken bij de oprichting van het gilde van de voetboog, waar hij op 18 juli 1546 de winnaar van de verschieting is en daarmee voor dat jaar koning van het Sint-Jorisgilde wordt. Het aan de kraag hangend medaillon met het wapen van Cornelis van Bergen vermeldt dit jaar 1546 op de achterzijde. Het gilde bestaat nog steeds en behoort daarmee tot de oudste gilden van de voetboog in de Nederlanden.
Het ziet er dus naar uit dat de kraag tussen 1544 en 1546 is gemaakt. Het archief van het gilde vermeldt het niet als aankoop. Het is waarschijnlijk een geschenk van Glymes aan het gilde. Waar Glymes de kraag heeft besteld is niet eenduidig vast te stellen.

Het meesterteken kan ondanks raadpleging van archieven nog niet eenduidig aan een zilversmid worden toegewezen

Bekend is dat De Glymes’ een al tientallen jaren oude wrijving hadden met de Nassau’s, de heren van Breda. Rekeningen in het archief van Glymes (thans in Brussel) wijzen op een langdurige oriëntatie op Bergen op Zoom. Het lijkt daarom onwaarschijnlijk dat een aankoop als deze kraag in Breda wordt gedaan, terwijl in Bergen op Zoom (ook) een bloeiende zilvernijverheid bestond. Maar laat nou net de jaarrekening van 1544 uit het Glymes-archief ontbreken! Merkwaardig genoeg ontbreekt deze ook in de domeinrekening van de heer van Bergen. Of de duvel er mee speelt, verzuchtte Vanwesenbeeck. Maar wie weet, is deze rekening wel 1578 verdwenen om het bestaan en herkomst van deze kraag weg te moffelen voor Alva, die de bezittingen van Jan IV immers in beslag nam voor Philips II?
Het meesterteken op de kraag is (nog) niet aan een zilversmid toe te wijzen. Toch heeft Vanwesenbeeck wel twee opties: het teken lijkt op een touwstrop of een dichtgebonden zak. Een touw of streng kan verwijzen naar zilversmid MIchiel Strange of Strenge, een zak naar Jan Jacobsen in het huis de Corensack (Lievevrouwestraat 7), beiden in 1544 werkzaam als zilversmid. Helaas ontbreekt de gevelsteen van het bedoelde huis, die tevens een aanwijzing had kunnen vormen. Concreet bewijs omtrent de herkomst ontbreekt dus. Wel vindt Vanwesenbeeck een andere indicatie die in dezelfde richting wijzen.

Lege doos bevat belangrijke informatie

De afdruk die het zilverbeslag op het lederen foudraal achterliet vertoont (onder meer) het Bergse stadswapen. Klik op de afbeelding voor een duidelijker weergave

Het foudraal waarin de kraag destijds werd verkocht blijkt namelijk niet de originele te zijn. En laat nu de echte foudraal in 1959 zijn aangekocht door Korneel Slootmans voor het gemeentemuseum! Het komt dus ook op de tentoonstelling bij nadere inspectie geeft dit foudraal interessante gegevens prijs. Een dergelijk foudraal werd (logischerwijs) gemaakt door de zilversmid die het sieraad maakte. Het vroegere zilverbeslag is er van verdwenen, maar de afdruk van dit beslag op de leren bekleding is er nog steeds. Daarin is een afdruk te zien van het wapen van Cornelis van Glymes, die naast het familiewapen twee brilletjes voerde. Deze staan ook op de kraag. Ook het jaar 1546 is met eenzelfde lettertype als op het medaillon te zien.
In een rekening van het St Jorisgilde is nog te vinden dat in 1812 door ene Jan Vijn uit Zevenbergen voor 35 cent een nieuw slotje op het foudraal is aangebracht. Dat slotje zit er nog steeds op. Daarmee behoort deze foudraal onmiskenbaar bij de ringkraag.
Nu is op het deksel van het foudraal ook een stadswapen te zien. De drie kruisen in dat wapen voeren zowel Breda als Bergen op Zoom. Nadere beschouwing toont echter ook sporen van de drie (Bergen op Zoomse) bergjes.
Daarmee komt de indirecte bewijsvoering wel heel dicht bij een zilversmid uit Bergen op Zoom. Voldoende in ieder geval om de vermelding van de herkomst van de Schuttersketen in het Rijksmuseum aan te passen tot: ‘Bergen op Zoom of Breda’. De volgorde is overigens slechts alfabetisch. De website van het Rijksmuseum bevat deze aanvulling op het moment van schrijven echter nog niet.
Ongetwijfeld zal de discussie voortgaan, vooral tijdens de tentoonstelling, maar de deskundigen kennen geen uur of tijd voor een dergelijk onderwerp. Dus wie weet, maken we het nog mee dat er eenduidig naar de wel héél vaardige zilversmid kan worden verwezen!