Wad ’n otskaai

De School voor geschiedenis is voor uw verslaggever een bron van plezier en inspiratie. Aanstekelijk, hoop ik. Tijdens het volgen van de module Bergs dialect in 2017 kwam natuurlijk ook het Bergs Woordenboek van Hans Heestermans voorbij. Aanvullingen op dit  woordenboekje stelt De Berregse Kamer zeer op prijs.
Dat leek uw verslaggever een kans voor open doel: het woord ‘otskaai’ ontbreekt tot in de derde editie. Komt dat er nog in? was zijn vraag. Tot zijn lichtelijke verbijstering bleek niemand van de (20) aanwezige cursusdeelnemers én van de leden van het dialectgenootschap ooit van dat woord gehoord te hebben. En dat terwijl toch heel wat geboren Bergenaren onder de aanwezigen waren. Een korte uitleg wat het dan zou betekenen volgde, maar ook dat leverde geen herkenning op. Mogelijk is dat ‘otskaai’ een in de familie bestaande uitdrukking, was de conclusie. En daar bleef het voorlopig even bij.
Toch bleef de kwestie (bij uw verslaggever) sudderen. Temeer omdat hij soms mensen trof die het woord wél kenden. Dus géén familie-uitdrukking. Het duurde wel even, maar dan stuurde hij een berichtje aan BNdeStem voor de rubriek lezers helpen lezers. Op 7 januari 2020 stond daarin de volgende oproep: Wie kent het dialectwoord ‘otskaai’? Wat betekent het volgens u? Hoort u het nog wel eens gebruiken? In welke omgeving, stad of streek was dat?
Dezelfde dag nog ‘sneeuwden’ er vanuit heel Brabant reacties binnen: 21 stuks maar liefst. En de dagen er na nog enkele meer.
De meeste reacties duidden op rechtstreekse herkenning van een bijna vergeten woord, met bovendien een verklaring die aansloot bij de betekenis die uw verslaggever er aan hecht: een onbezonnen of baldadig handelend vrouwspersoon. Soms wat sterker uitgedrukt, trouwens.
Enkele andere reacties kwamen met een verklaring die daarmee niet strookte, maar mogelijk wel de herkomst van het woord verklaart: in het midden-Brabants wordt een kei als ‘kaai’ uitgesproken. Een (h)otskaai is in die verklaring  een kinderkopje in de straat, waar je inderdaad overheen hotsebotst. Eigenlijk strookt dat wel enigszins met de verklaring van anderen: een botte, brutale vrouw. Die raakt ook niet onder de indruk van ‘invloed van buitenaf’. Maar dat is voer voor taalvirtuosen.
De complete inventarisatie van de reacties vindt u in de bijlage bij dit artikel, die u hier kunt downloaden.
(kunnen we niet eens een goed dialectwoord voor dat ‘downloaden’ verzinnen? ‘Overtanken’ of nog wat beter?)

Artikel ophalen

Het enthousiasme van de inzendingen toont aan dat er eigenlijk best ruimte is voor (weer) een wekelijkse krantenrubriek over Brabantse dialecten. Wellicht is dit iets voor de Brabantse heemkundekringen of vergelijkbare clubs, om bij toerbeurt het eigen dialect onder de aandacht te brengen? Interesse is er genoeg onder de bevolking…..

Vergelijkbare berichten

  • Mutaties in bestuur en werkgroepen

    Tijdens de Algemene Leden Vergadering op 13 april hebben de aanwezige leden ingestemd met de benoeming van drie nieuwe leden en de herbenoeming van een lid.

  • Rommetom Anton

    op 2 februari kunde smiddags in Den Enghel deelneme n’aan ”n bijèènkomst die int teke’staa van boer Anton en de vastenavend. Reken mar, da wor `n carnavaleske gebeurtenis. Dèèr wilde nie ontbreke! Kunde gelijk effe lengst de pop-up-stoor mee vastenavend spullekes kuiere in de Fortuinstraat. Ge kun dèèr terecht op donderdag en vrijdagmiddag, én de zaterdag d’n ééle dag. Kun d’oew eige teminste netjes aankleje voor dadde naar d’n Engel gaat, ééj?

  • Ballade van Jan van Glymes

    In het boek Jan IV van Bergen (pag 62-63) attendeert Joey Spijkers op deze ballade door Anton van Duinkerken en op het feit dat deze “een der schoonste balladen van den laatste halve eeuw” wordt genoemd. In het boek zijn (vanwege de zeggingskracht) alleen de eerste en laatste strofe weergegeven. Voor wie meer wil, is de ballade hier integraal weergegeven.

  • Lesmateriaal na afloop van les 1

    Het ‘huiswerk’ na les 1 van oud schrift vind u hieronder. Het transcript De eed van Jan van Withem Transcriptieregels